30. Blog Nieuw-Zeeland: En dan hebben we de foto’s nog …

30. Blog Nieuw-Zeeland: En dan hebben we de foto’s nog …

 

23-02-2023

Do small things with great love.

M’n laatste blog, voorlopig. Ik ben weer thuis en heb een aantal mensen weer gezien en gesproken. De Key-Keepers (sleutelhouders van m’n appartement) heb ik weer mogen omarmen en live kunnen spreken in plaats van via een videocall. Tijdens mijn roadtrip was een videocall op verschillende momenten ook goed en plezierig, maar live is beter.

Tja, en dan hebben we de foto’s nog. Wat doe ik daarmee? Tijdens mijn roadtrip ontstond bij mij het idee om er twee fotoboeken van te maken:

  • Een met het verhaal en de belevenissen, geïllustreerd met treffende foto’s. Dit boek is gebaseerd op de blogs.
  • Een met de meest mooie foto’s, de plaatjes dus, waarschijnlijk ingedeeld naar thema en met een enkele tekst erbij van datum, locatie en omstandigheden.

En mocht dat mogelijk zijn, dan zal ik die te zijner tijd digitaal met jullie delen. Als allerlaatste blog, blog nummer 31.

29. Blog Nieuw-Zeeland: (Going) Back Home

29. Blog Nieuw-Zeeland: (Going) Back Home – Schizofreen of half dement?

 

19/20-02-2023

Do small things with great love.

Zo’n lange roadtrip in je uppie is soms best wel balanceren op het slappe koord, je moet zowel schizofreen zijn als ook half dement. Schizofreen om de alternatieve reisopties te bediscussiëren  (met jezelf), half dement om alles wat je hebt gezien weer te vergeten om je te kunnen verwonderen over de volgende schitterende landschappen op je reis. Ik denk dat het mij aardig is gelukt en dat ik niet gek ben geworden van mijzelf als reisgenoot. Maar misschien helpt een beetje vergeetachtigheid daar ook wel bij 😉. De vraag is alleen wie er een beetje vergeetachtig was, m’n ene ik of die andere persoon achter het stuur … 🤔🤔

De auto waar ik de ochtend van vertrek uit Nieuw-Zeeland instapte voor m’n laatste ritje, was m’n auto niet meer. Alle dingetjes en handigheidjes die ik had aangebracht, had ik verwijderd. Resteerde een ‘gestripte’ auto.

Op de afrekening van de auto stond dat ik 9.380 kilometer had gereden. Als ik vanuit Nieuw-Zeeland met die auto direct naar huis was gereden, was ik al over de helft geweest. 🤔🤔 Het lijkt een enorm aantal kilometers, 9.380. Maar over 90 dagen komt het neer op gemiddeld slechts zo’n 100 kilometer per dag. En dat in een land waar veel dingen op grote afstand van elkaar liggen, de dichtstbijzijnde winkel of het eerstvolgende benzinestation soms al een uur rijden is.

Voor dat laatste, vroege ritje naar het vliegveld (dik een uur rijden) koos ik voor een ‘scenic route’. Had ik de afgelopen drie maanden anders gedaan, niet toch? Met weemoed in het hart (echt wel een beetje) had ik mij op het vliegveld naar de incheck-counter begeven. Vanaf negen uur kon ik m’n koffer kwijt (ook die was afgevallen tijdens de reis, wel een halve kilo 😉😀, hij voelde al zo licht 😀😃). Daarna had ik m’n handjes vrij. Om 12 uur zou m’n vlucht gaan, wel een vreemd gevoel om straks in het vliegtuig te stappen en na een overstap in Singapore de volgende ochtend in Nederland uit te stappen. Als levensmotto heb ik meegenomen “Do small things with great love.”, een tekst die ik in m’n laatste cottage vond …

We waren vijf minuten te vroeg uit Christchurch vertrokken, dat was mooi. En we kwamen een uur eerder in Singapore aan. Niet dat ik daar iets aan had, want het betekende gewoon dat ik een uur langer had om over te stappen. Ik had dan wel meer bewegingsvrijheid dan in het vliegtuig. 😅😅

Na een paar laatste blikken op de Nieuw-Zeelandse Alpen (😞 😓), een korte blik op het Australische landschap (ik heb Australië ook gedaan, in 4 uur per toeristische vlucht) kwamen we veel te vroeg bij Singapore aan. Omdat we zoveel te vroeg zouden zijn, vlogen we nog een extra toeristisch rondje rond Singapore. Ik kreeg wel waar voor m’n geld. 😆

M’n aansluitende vlucht ging even voor 12 uur ’s nachts lokale tijd (5 uur ’s middags NL tijd volgens mij). Dat was mooi, instappen en gaan slapen 😴😴😴, dacht ik. Daarmee zou ik meters maken in de bestrijding van m’n jet-lag (maar het is ten opzichte van NZ wel een nachtje doorhalen). Een powernapje in Singapore was geen goed idee (maar gelukkig had ik dat al in het vliegtuig gedaan). Vliegveld Singapore blinkt namelijk uit in gebrek aan vindbare zitplaatsen, laat staan lekkere zitplaatsen. Die zijn opgeofferd voor talloze winkels. Dat levert natuurlijk meer op …

Wat betreft m’n eetritme moest ik na vertrek uit Singapore eigenlijk doen alsof ik nog in Nieuw-Zeeland was, de komende zeven uur dus niets eten want dan was het nacht. Dan startte ik als ik in het vliegtuig stapte met een vroeg ontbijt (supper werd er geserveerd, maar dat zou dan gewoon m’n diner in Nederland zijn), vervolgens tijdens de 14 uur vliegen ergens nog een keer een maaltijd en dan zou ik als ik in Nederland aankwam redelijk ‘op schema’ zijn.

Net als bij aankomst in Singapore was het bij vertrek ook druk, wat leidde tot extra wachten  voor we de startbaan op mochten. Dat supper, daar moest ik dus nog even op wachten. Eenmaal in de licht begon de crew het na een half uurtje rond te delen. Maar helaas kwamen we toen in behoorlijk wat turbulentie terecht. Dat leidde ertoe dat de hele crew haar activiteiten staakte en zich insnoerde op haar vaste plaatsen. Een uurtje later (Singapore-tijd, 2 uur ’s nachts) werd ik wakker, precies op tijd om mijn supper in ontvangst te nemen. Intussen had ik dus alvast lekker een uurtje geslapen. Wel heerlijk met zo’n overbekende film als Forrest Gump op m’n scherm, je kunt de draad gewoon weer oppikken … Nadat het de tableaus van het supper waren opgehaald, werd het cabinelicht gedempt voor een heerlijk rustige nacht, niet alleen voor mij, voor iedereen. 🥱😴😴
Om 20 uur NL-tijd lag iedereen ook een oor (of een filmpje te kijken). Sweet dreams. 👌😴😴😴

Vijf uur na vertrek had ik het wel even helemaal gehad, aan alle kanten begon ik te verkrampen en alles ging zeer doen.  Eerst probeerde ik er nog ‘omheen te draaien’ en wat te gaan verzitten (de stoel naast mij was leeg, dus ik had wat speelruimte), maar al gauw had ik door dat rigoureuzer maatregelen noodzakelijk waren. Op de mij bekende en inmiddels vertrouwde manier klauterde ik over mijn medepassagier en ging ik achterin de pantry wat bewegingsoefeningen doen, even alle spieren losmaken, wat drinken, nog een rondje spieren losmaken en langzaam weer naar m’n plek terug. Dat hielp, verfrist ging ik weer zitten. Ik moest het hier nog zo’n acht en een half uur uithouden, dus geen actie was in feite geen optie.

We zijn nu bij Karachi in de buurt, we hebben meer dan een derde gehad. En de hele vlucht is het buiten donker, ook wel gek.

Langzaam maar zeker koersten we op Amsterdam aan. De straffe tegenwind liet de reis, ook langzaam, langer duren. Uiteindelijk was het met drie kwartier vertraging dat we op Schiphol landden. Maar wat is drie kwartier op een reis van bijna 14 uur? Dat merkte ik bijna niet.

Als een van de laatste koffers rolde de mijne van de bagageband. Het Nederlandse Openbaar Vervoer bracht mij voorspoedig thuis waar ik door een sinds zondag voorverwarmd appartement werd verwelkomd. M’n broer had de tafel netjes gedekt. Home, sweet Home.

28. Blog Nieuw-Zeeland: Afbouwen in Christchurch – de loodjes die niet het zwaarst wegen

28. Blog Nieuw-Zeeland: Afbouwen in Christchurch – de loodjes die niet het zwaarst wegen

 

16/18-02-2023

Always take the scenic route, especially if you’re lost.

Met een laatste blik op het gletscherijs waarvan ik afgelopen dagen regelmatig stukken naar beneden heb zien donderen vertrok ik vanuit Mount Cook National Park. Ik reed nog langs de oevers van Lake Pukaki, een stukje langs Lake Tekapo, beide natuurlijk niet zonder af en toe langs de kant van de weg stil te staan en even om te kijken. De schitterende, onbewolkte uitzichten van vier dagen geleden had ik niet, maar ook deze beelden zijn, nog steeds, indrukwekkend. Mount Cook en Mount Tasman groetten mij ten afscheid met onbewolkte toppen.

M’n lunch, en gelijk m’n warme maaltijd, gebruikte ik onderweg in Fairlie bij een bakery  waar het beredruk was. Ze hadden in het verleden vele prijzen gewonnen. Ook de locals stonden in de rij te wachten. Het een gecombineerd met het ander moest het dus wel goed zijn. 😀  En dat was het ook, heerlijk. Het had gezonder gekund, maar ook slechter. 😉

Ik kan er weer tegen voor de laatste 100 kilometer naar m’n lodge voor de komende nachten, een route door een vriendelijk en uitnodigend ogend landschap.

 

Op aanraden van een goede vriendin maakte ik de volgende dag in Christchurch een tourtje met de tram (toch even echt toeristje spelen 😀), handig om in korte tijd een aantal dingen van de stad te zien. Maar voor het zover was, ik moest drie kwartier wachten tot vertrek, genoot ik van een lekkere koffie met de ‘Muffin of the Day’ in het naastgelegen Tramcafé. Locatie goed, Muffin goed, foto goed. Het gaf mij gelijk de gelegenheid om het grootste deel van m’n laatste echte (contante) dollars kwijt te raken. Straks met een ijsje misschien de rest. 😉

Tijdens de koffie kwam de opluchting, na drie maanden in Nieuw-Zeeland werd ik eindelijk aangesproken als ‘local’ en bij mij geïnformeerd naar … Helaas kon ik de dame in kwestie niet helpen en ging het moment snel voorbij. Het deed mij wel denken aan die galeriehouder die mij vroeg of ik even ‘op z’n winkel’ wilde passen. Volgens mij is het toch die hoed van mij die in stedelijke gebieden dergelijke vragen uitlokt. 😀 😃

De tour met gepensioneerd trambestuurder Tom was informatief, grappig en verhelderend. Tom had  z’n eigen humor (“Sorry mensen, dit is pas de tweede dag dat ik dit doe. Als ik opeens moet remmen, dan liggen jullie allemaal voorin. Deze tram is 119 jaar oud en nog niet voorzien van moderne snufjes waaraan ik gewend ben. Dus houd je vast, ook al rijd ik langzaam.” Heerlijk deze humor.). Daarmee gaf hij ons een indruk van het centrum van Christchurch, de impact van de aardbeving van 2011 (“Als je in de buurt van een bakstenen gebouw staat bij een aardbeving, moet je rennen zover je kunt. Die muur valt niet om, maar de stenen vliegen overal heen.“). Na afloop van de tour slenterde ik op m’n gemakje door het centrum, zat ik op een bankje in het zonnetje en genoot ik van de sfeer in de stad. Christchurch is mijn stad toch wel, ik zou hier wel kunnen aarden.

Duidelijk was dat de herstelwerkzaamheden van die aardbeving uit 2011 nog steeds in volle gang waren, de klap was groot geweest en had vele wonden nagelaten.

Op de terugweg naar m’n cottage at ik een eenvoudig bar-meal bij een tent in een dorp vlakbij. De plaatselijke wielerclub zat gezellig met elkaar te borrelen (of zouden ze allemaal op de fiets zijn gekomen óm dat biertje te kunnen drinken?). Veel locals, veel aanloop en veel mensen die op een vrijdagavond even bijkletsten met elkaar, de werkweek zat erop en het weekeinde kon beginnen. PS, dat toetje …., dat maakte het natuurlijk helemaal. 😀 😃

Lekker uitslapen op de laatste dag in Nieuw-Zeeland, rustig opstaan, ontbijten en daarna … de grote taak voor vandaag, m’n bagage sorteren en alles weer in m’n koffer gepakt zien te krijgen. Dat leek mij wel een uitdaging, ik had hier dingen gekocht die mee naar Nederland zouden gaan. Maar ik zou ook dingen achterlaten, twee korte en een lange broek bijvoorbeeld. Halverwege de middag zat de koffer dicht met bijna alles er in. Tja, ik moet hier nog een nacht overnachten … dus die koffer gaat voor de nacht weer open. Dan hoop ik maar dat ik hem morgenochtend weer dicht krijg. ’s Avonds heb ik nog even m’n laatste blog op het Zuidereiland afgerond en gepost. Dan kan ik morgenochtend vroeg (7.00 uur) de deur van m’n cottage bij Christchurch achter mij dicht trekken.

27. Blog Nieuw-Zeeland: Nogmaals het ‘Lake-District’ van het Zuidereiland – Mount Cook van de andere kant

27. Blog Nieuw-Zeeland: Nogmaals het ‘Lake-District’ van het Zuidereiland – Mount Cook van de andere kant

 

11/15-02-2023

River deep, Mountain high, Lake blue.

Onderweg naar m’n dagje Lake Tekapo mocht ik alvast een blik werpen op Lake Pukaki, het meer waar ik vanaf morgen de volgende vier nachten zou bivakkeren. En deze dag dus een dagje Lake Tekapo. In m’n reisschema had ik gezien dat ik het niet zou gaan redden om straks op weg naar Christchurch de mooie plekjes langs dit meer op te zoeken en mooie (nog mooiere) routes te rijden. Dus vandaag dan wel. 😀 Ik ga maar gauw verder, hoewel ik op dit eerste stopplekje rustig uren zou kunnen zitten (staren).

Voor de ‘lupine van Lake Tekapo’ was ik helaas te laat, die bloeien eerder in het jaar. Ik behielp mij met ‘stapelsteentjes’.
Vanaf Mount John Observatory had ik nog een schitterend, 360 graden uitzicht over de hele omgeving. Leuk om te zien is dat Lake Tekapo volstrekt helder groen/blauw is en het ‘zustermeer’, Lake Alexandrina grijs/bruin van kleur. Beide meren zijn in dezelfde periode ontstaan maar het eerste krijgt zijn toevoer van koud gletscherwater en de tweede krijgt dat niet.

Dit was dan de plek waar ik de komende drie dagen en vier nachten zou verblijven. Ongelofelijk indrukwekkend. Mount Cook National Park was, zoals ik een aantal mensen al vertelde, de ‘Big Bang’ van het opdoen van indrukken voordat ik naar Christchurch zou reizen en vandaar op het vliegtuig naar Nederland zou stappen. De reis langs Lake Pukaki naar dit plekje was ook al bijzonder geweest. De “Ooooohhhhhh’s” en de “Aaaaahhhhh’s” waren in de auto niet van de lucht geweest, niet alleen van mijzelf maar ook van de liftster die ik hiernaartoe had meegenomen. Zij was hier vorige week ook geweest, maar toen was het zwaar bewolkt en regenachtig waardoor zij niets had gezien en het zeker geen goed weer was geweest voor de trail die zij vandaag zou gaan lopen. Vandaag was het het tegenovergestelde en zij vond het grappig een reisgenoot te treffen die er evenveel van genoot als zijzelf.

Voor ik haar had opgepikt, had ik de Clay Cliffs en Lake Ohau al bezocht. De Clay Cliffs zijn min of meer verticaal eroderende rotsen die hierdoor een markante verschijning in het landschap vormen. Aangezien de steen vrij bros is, gaat de erosie snel en levert een ‘kathedraal’ op met omhoog rijzende pilaren.

Lake Ohau was in de buurt en wilde ik gewoon even hebben gezien, ik had er de tijd voor en dat meer kon ik dan ook mooi ‘ontdekken’. In het kader van ‘steentjes stapelen’ heb ik de vingers nagels gegeven. 😀 😃

 

Ik had gehoord dat de camping druk zou zijn/worden en dat het dus verstandig was er vroeg te arriveren. Rond 13 uur zat ik er helemaal geïnstalleerd m’n boterhammetje te eten en zag ik met grote regelmaat nieuwe gasten arriveren. Het was dus een goede tip hier op tijd te zijn. De komende dagen hoefde ik m’n plekje niet meer af, talloze wandelingen hebben hun startpunt hier. Afhankelijk van weer, zin en mogelijkheden heb ik ze voor het uitzoeken.

De wandeling naar Lake Hooker was het op m’n eerste dag in Mount Cook National Park geworden. Na een koude nacht (zes graden) bij een onbewolkte lucht was ik bijtijds wakker en ging ik vroeg op pad. Het zou deze dag een schitterende dag worden, daarvan moest ik natuurlijk profiteren. 😀 De uitzichten op zonovergoten bergtoppen waren onvergetelijk. Bij Lake Hooker (einddoel van een populaire wandeling) waren best wel veel mensen, maar de sfeer was rustig, sereen, niet de opgewonden meute toeristen. Mensen zaten van het uitzicht te genieten, iets te eten of verzamelden ijsblokjes voor de gin-tonic als ze terug zouden zijn op de camping. Of ze maakten, rustig, hun foto’s om de herinnering levend te houden.

Tijdens de wandeling had ik wel gemerkt dat ik de vorige dag m’n linkerknie wat had verdraaid of overbelast bij die gekke Clay Cliffs, dat wordt dus morgen niet het ’tourtje’ van 2200 traptreden naar een uitzichtpunt. Als ik dat wel zou doen zou ik als invalide terug in Nederland terug komen. 😞 😓

De tweede volle dag in Mount Cook National Park hield zich aan de weersvoorspelling, (zwaar) bewolkt met zo af en toe een zonnetje. De wandeling die ik gisteren (bij onbewolkt weer) had gemaakt was vandaag lang niet zo mooi geweest met die laaghangende wolken. De toppen van de bergen waren vandaag niet te zien. Ik hield het op een klein wandelingetje naar het Kea Viewpoint. Wat ik had verwacht, namelijk te worden bedolven onder nieuwsgierige Kea, daarvan kwam niets uit. Geen Kea liet zich zien. De diverse zich uit de gletschers gevormde waterstromen en watervallen waren wel goed zichtbaar en hoorbaar. Zo laag waren de wolken nu ook weer niet … Uit het gerommel dat ik zo af en toe hoorde leidde ik af dat er zich ook wat rotsverschuivingen onder die gletschers voordeden. Gelukkig stond ik ver genoeg weg. 😀

Wel indrukwekkend was het om een lawine in het echt naar beneden te zien komen. Het rommelde de hele dag en zelfs op grote afstand kon ik diverse keren zien hoe delen van de gletscher in stukken en brokken naar beneden kwamen …

Vandaag wist ik het trouwens zeker, die knie moest ik deze dagen niet blootstellen aan 2200 traptreden. 😉 Bovendien, wat heb je er aan als je een dergelijke inspanning moet leveren om op een fantastisch uitzichtpunt te komen en je dan constateert dat je alleen maar wolken ziet, je niet eens je eigen hand kunt zien?  🤔🤔

Terug op de camping ontdeed ik m’n wandelschoenen van anderhalve maand vuil en stof en zette ze in een nieuwe waslaag. Die waren alvast klaar voor de terugreis, zo kon ik met nette schoenen de douane door en werd ik niet als landloper aangezien. Later die dag realiseerde ik mij dat ik hiermee, wellicht symbolisch, het einde van mijn roadtrip van drie maanden door Nieuw-Zeeland markeerde met nog een dag voorspelde regen te gaan, een dag rijden naar Christchurch en twee dagen daar om de auto (m’n trouwe reisgenoot, slaapplaats en ‘huis’ gedurende deze drie maanden) te ontmantelen en mijzelf ‘vliegtuigklaar’ te maken. Het is mooi geweest, goed, rijk aan ervaringen en belevenissen, loutering. Ik had ervan genoten en nu verlangde ik ernaar om mijn geliefden weer te zien, te spreken en in m’n armen te sluiten.

Op de laatste volle, maar ook koude dag op de camping in Mount Cook National Park, met zo af en toe een regenbuitje, deed ik het rustig aan. Geen -uitdagende- wandelingen met 100, 200, 300 of zelfs 2200 traptreden naar een top of uitzichtpunt. Door de ene, geblesseerde knie te ontzien zou ik de andere gaan overbelasten waardoor ik aan beide knieën geblesseerd zou raken, dat had ik er niet voor over. Ik ruimde alvast wat op en was blij met m’n e-reader. Nog voldoende ongelezen boeken stonden er op om open te slaan. Het zou mij niet lukken ze allemaal gelezen te krijgen. Ik had dus nog keuze (genoeg).

Ik at de laatste warme maaltijd die ik nog in de koelkast had staan, opende m’n laatste fles wijn en genoot van het laatste staartje van het vrije trekkersleven. De komende dagen zou ik voor lunch en avondeten gebruik maken van de verschillende etablissementen die ik langs de weg zou vinden. Daaraan was ik mij totnogtoe niet te buiten gegaan omdat ik bijna altijd zelf kookte. Als ik in deze drie maanden vijf tot tien keer ‘buiten de auto’ had gegeten dan was het veel geweest. Tevreden rolde ik ’s avonds m’n bed in, voor de laatste keer in de auto.

26. Blog Nieuw-Zeeland: Langs de oostkust langzaam naar het noorden – langzaam naar de ‘Big Bang’

26. Blog Nieuw-Zeeland: Langs de oostkust langzaam naar het noorden – langzaam naar de ‘Big Bang’

 

08/10-02-2023

Stay curious and you will travel to the ends of the earth

Bij een temperatuur van 11 graden verliet ik deze ochtend de Catlins. Het had de afgelopen dagen aardig geregend, dus die watervallen zouden er nu goed bij moeten liggen. En dat was ook zo. De waterval met de bijna onuitsprekelijke naam, Purakaunui Falls, kreeg nog een bezoekje van mij. Door een lieflijk bos liep ik er naartoe. Ik hoorde de takken van de bomen kraken en zo af en toe kwam er eentje naar beneden (slechts een tak, geen boom). Niet helemaal ongevaarlijk was het dus. Ook nu regende dat het goot bij de waterval,  terwijl tegelijkertijd de zon op de waterval scheen. Dat gaf wel een heel speciale sfeer.

Nog (na)genietend van het landschap van de Catlins reed ik verder naar Dunedin, een stad met op en top Schotse sferen. Het is ook een grote universiteitsstad, dat kon ik aan alles merken. Ik bezocht er het Otago Museum (wat mij door diverse mensen was aangeraden) en kreeg een goede indruk hoe het Nieuw-Zeelandse landschap op het Zuidereiland in miljoenen jaren is ontstaan en gevormd. Boeiend.

In het museum was ook het fossiel van een 70 miljoen jaar geleden levende Nieuw-Zeelandse dinosaurus tentoongesteld. Toen dat fossiel in 1983 werd ontdekt, gaf dat een schat van informatie op het vroegere leven en ontstaan van Nieuw-Zeeland.

Tot slot ging ik naar een laatste hoogtepunt van deze dag, mijn overnachtingsadres op de renbaan van Dunedin (paardenrennen). Die paardenrennen waren er niet, maar als het goed is wordt er wel elke ochtend getraind. Dat kan ik dan vanuit m’n bed zien gebeuren. Ik ben benieuwd. (Zou ernaar kijken nu ook helpen voor m’n paardrijconditie? Ik vrees van niet, maar blijf natuurlijk hopen. 😀😃)

Met die paardrijconditie werd het hier niets, ik had geen paard gezien. Het was vast veel te koud voor ze, acht graden. Op zo’n moment verlang ik wel naar m’n warme huisje. Dus ging ik maar snel op pad, proberen of ik al weer een beetje het Katendrechtse schiereilandgevoel kon krijgen hier op Otago Peninsula.

  • Tunnel Cove: het verhaal dat hierbij hoort betreft een rijke Lord die voor zijn dochter een veilige toegang tot het strand wilde creëren. Dus liet hij een tunnel dwars door de rotsen graven naar het ‘privé-strandje’, zodat zijn dochter ongestoord haar eigen strandplezier kon hebben. Dit zou al ruim een eeuw geleden hebben gespeeld. Dus of het waar is …, dat weet ik niet.

  • Sandfly Bay kon van mij op een kort bezoekje rekenen. Kort, niet vanwege de zandvliegjes (die waren er niet) maar omdat het zand er daadwerkelijk vliegt. Als je gezandstraald wilt worden of zand in al je poriën wilt hebben, moet je er echt heengaan. Een aanrader. Zo niet, blijf er dan maar weg (maar dan mis je wel de zeeleeuwen en ’s ochtends/’s avonds mogelijk de geeloogpinguïn). 😀
  • Sandymount (Lookout): toen ik er arriveerde regende het dat het goot (bij een harde, snijdend koude wind). Dan ging ik maar eerst even m’n boterhammetjes opeten en wachtte ik even tot de bui was overgedreven, het was toch zo ongeveer lunchtijd (oh nee, aan eten omdat het lunchtijd is deed ik niet 😉).

Veel te kort was ik in Dunedin. Ik zou minstens maanden nodig hebben om de stad en haar omgeving een beetje te leren kennen. Helaas zat dat er niet in, ik moest -en ging- verder noordwaarts langs de oostkust, de jullie al een paar maanden geleden aangekondigde Mouraki Bouders bezoeken. Na een laatste blik op Dunedin Harbour koos ik ervoor om deels een slingerende ‘scenic’ route langs de kust te volgen in plaats van alleen maar Highway. Dat gaf mij de gelegenheid toch nog wat langer van de omgeving van Dunedin te genieten.

Op Shaggy Point bezocht ik de Katiki Boulders. Deze zijn minder bekend dan de Mouraki Boulders maar archeologisch gezien veel belangrijker. Hier werd namelijk in 1983 in een van die boulders het fossiel van die Nieuw-Zeelandse dinosaurus gevonden, 7 meter lang, 65 miljoen jaar oud en geheel intact. Wonderbaarlijk.

Inmiddels weet ik ook hoe deze boulders werden gevormd. Het was het ‘zwaan-kleef-aan’-effect. Rond een kern vormden zich steeds meer lagen totdat de ons nu bekende ronde vorm ontstond. Eigenlijk is het het verpakkingsmateriaal van een mogelijke schat die zich in de kern bevindt. Want die kern waaromheen zich die diverse lagen vormden, kon van alles zijn. Het blijft een verrassing. 😀

En dan eindelijk echt … de Mouraki Boulders. Toen ik begin december de Kouto Boulders op het Noordereiland zag (https://poulgelderloos.nl/06-blog-nieuw-zeeland-whats-going-up-must-come-down/), kondigde ik de Mouraki Boulders al aan. Uiteraard had ik uitgekiend dat het eb was toen ik ze bezocht, anders liggen ze gewoon voor het grootste deel -of zelfs helemaal- onder water. Ik vond ze grappig (een beetje schattig zelfs) en indrukwekkend tegelijkertijd. Het lukte mij zelfs een paar foto’s te maken zonder mensen (of bijna zonder) en dat is ook wel bijzonder want het is en blijft een toeristische attractie waar busladingen mensen naartoe gaan. ‘k Had dus net geluk, zelfs bij eb. 😀

Nadat ik de oostkust had verlaten, reed ik door een vlak agrarisch gebied het noordelijke Lake District aan de oostkant van de Alpen tegemoet. Hier zou ik de komende zes dagen op de verschillende locaties doorbrengen. Niet elk meer is een natuurlijk meer. De eerste meren die ik tegenkwam waren stuwmeren, Lake Aviemore en Lake Benmore. Rijdend langs eerstgenoemde meer zag ik een heleboel eenvoudige campings die ik op m’n optielijst had staan voor komende nacht. Maar ik zag ook dat de harde, koude wind rechtstreeks over het meer op de oever kwam aanwaaien. Inmiddels heb ik het wel een beetje gehad met dergelijke primitieve campings met alleen toilet en koud drinkwater (boil before use) bij koude en winderige omstandigheden en besloot ik door te rijden naar de eerstvolgende (grotere) plaats met een camping met meer (comfortabele) faciliteiten. Als ik over een paar dagen voor vier nachten bij Mount Cook op een camping sta, dan is het in ieder geval simpel. Dus nu nog even twee nachten comfortabel én een playground met springkussen. Joecheee.

25. Blog Nieuw-Zeeland: De Catlins – Een nieuwe ontdekking – Zeehondenjacht

25. Blog Nieuw-Zeeland: De Catlins – Een nieuwe ontdekking – Zeehondenjacht

 

05/07-02-2023

Look deep into nature and then you will understand everything better. -Albert Einstein

Regen? Maar dat was niet de afspraak voor vandaag, toch!? Het zou droog blijven en de zon zou schijnen zodat ik een nieuwe ontdekkingstocht, nu in de Catlins, zou hebben. Maar nee, de regen kwam in gestaag snellere stromen naar beneden, hoewel de lucht nog de zwoelheid van een lome zomerse dag ademde.

Voor mij betekende het m’n hoofd resetten en m’n plannen voor vandaag resetten. Bottomline was de situatie niet veranderd dat ik maar een half uurtje rijden verwijderd was van m’n lodge voor de komende dagen en dat hier in de buurt voldoende is te doen … buiten.

Dit dagje met een groeizaam regentje gaf mij de gelegenheid de mogelijkheden om mijn activiteiten van de komende twee dagen te plannen en de opties voor de daaropvolgende acht kampeerdagen eens op hoofdlijnen in kaart te brengen. Wanneer zou ik waar ongeveer (kunnen) zijn en welke campings (met douche) zou ik kunnen kiezen? Een camping op een racebaan voor de paardenrennen gooide in ieder geval hoge ogen. 😉  Daar kon ik dan bij het ontbijt de trainingen van de paarden vanaf m’n campingplekje volgen, dat leek mij wel apart. 😀 😃

Aangezien de laatste vier van die acht dagen op een locatie zou zijn waar in ieder geval geen douche beschikbaar is, vond ik het wel handig om een beetje opgefrist die laatste vier dagen in te gaan. 😀  Vervolgens zou ik mij weer helemaal kunnen opfrissen in m’n laatste lodge bij Christchurch. Ik zou dan verfrist en fruitig in het vliegtuig stappen en de mensen in Nederland opgefrist weer onder ogen kunnen komen (behalve dat ik dan natuurlijk wel 24 uur in het vliegtuig had gezeten …). 😉

Ook in deze lodge had ik het mijzelf direct na aankomst gemakkelijk gemaakt. Daarna een douche (ik had net zo goed buiten kunnen gaan staan aangezien de regen met bakken tegelijk naar beneden kwam). Dat was dan wel weer goed nieuws voor de watervallen die ik een van de komende dagen wilde gaan bezoeken. Die zouden vast ‘wilder’ zijn dan deze dag na een lange periode van aanhoudende droogte. 😀

Een dagje zeehondenjacht, dat was weer eens wat anders dan dolfijnen. 😉

Wel met het fototoestel, natuurlijk niet met geweer en knuppeltjes, ik hield het wel netjes en de natuur in ere. Eerste doel was Cannibal Bay (was die naam toevallig?) en daar spotte ik een, twee, vijf, acht zeehonden op het strand (lekker zonnebadend) en in de branding (even een frisse duik). Nummer twee die mocht er zijn, hij had een ‘stevig figuur’. Net als elke andere zonaanbidder, moest hij zo af en toe even ‘keren’, dat gaf wat beweging in het verder rustige schouwspel. Maar zo af en toe ging hij er eens even echt voor zitten, voor de ‘menselijke’ strandgangers die zo nodig een foto van hem moesten nemen. Zo af en toe besloot een van hen een frisse duik te nemen, maar het was wel een verrekte eind lopen naar die zee. Vermoeiend hoor.

Daarna naar Nugget Point, eens kijken wat we daar aan het eind van de middag konden spotten … iets van pinguïns misschien?

In ieder geval een vuurtoren, een aantal op een grappige manier in het water gedrapeerde stenen en op een van die stenen, amper zichtbaar, bevonden zich een aantal zeehonden. Maar dan moest je wel heel goed kijken … Er kwamen er hoe langer hoe meer (of ik ontdekte er hoe langer hoe meer 😀 😃). In totaal heb ik er zeker zo’n 50 gezien, waaronder ook hele kleintjes, die gingen in het kinderbadje. Schattig hoor. Maar de beroemde en zeldzame geeloogpinguïn liet zich niet zien.

De volgende ochtend zag ik ze wel …, maar liefst tien stuks, heel bijzonder er zoveel op een ochtend te zien (vertelde de gids mij). Ik moest er alleen wel berevroeg voor opstaan, dat was dan wel weer het nadeel.

Die Sunrise Tour was dus uiteindelijk echt ‘at sunrise’  en niet pas om 9 uur. Ik moest mij om 5 uur melden. Het was het waard maar de wekker om 4.15 uur was wel bar vroeg.

24. Blog Nieuw-Zeeland: De zuidkust van het Zuidereiland – zuidelijker kom ik niet

24. Blog Nieuw-Zeeland: De zuidkust van het Zuidereiland – zuidelijker kom ik niet

 

03/04-02-2023

Nature never did betray the heart that loved her. -William Wordsworth-

Na een week in Fjordland te zijn geweest (en een nacht met hevige regen, waarbij de grote, uit de bomen vallende druppels wel erg hard op het dak van m’n auto tikten), trok ik weer verder, naar de zuidkust. Bij de kust aangekomen zou ik die langs trekken en geleidelijk weer naar het noorden gaan.

Het landschap zag ik veranderen, de ruige, onbegroeide bergtoppen van het Fjordland begonnen langzaam plaats te maken voor lieflijker en groene (!) heuvels waarop akkerbouw en veeteelt werd bedreven. Ik genoot ervan om de geleidelijke verandering in het landschap zich te zien voltrekken. Onderweg stapte ik natuurlijk regelmatig uit om nog extra te genieten van de karakteristieken van de verschillende uitzichtpunten. Ik bedacht mij dat ik eigenlijk wel een beetje last van m’n korte-termijngeheugen moest hebben om mij elke keer weer te kunnen verwonderen over al het moois dat ik zag, keer op keer alsof het de eerste keer was dat ik een dergelijke indrukwekkende natuur mocht zien. De verwondering bleef.

De eerste nacht verbleef ik op een camping bij Monkey Island. Dat klinkt gek, in heel Nieuw-Zeeland zijn helemaal geen apen. Dus ‘Monkey Island’, hoe zit dat?

Het verhaal gaat dat destijds in deze regio een man leefde die zijn hond Monkey noemde (er waren immers toch geen echte apen op het eiland, dus hij dacht dat veilig te kunnen doen). Zij waren onafscheidelijk en de hond overleed op hoge hondenleeftijd. Na het overlijden van de hond wilde de gemeenschap waarin de man leefde de gedachtenis aan de hond Monkey levend houden. Zij eerden hem met een weg die zij naar de hond vernoemden. Later werd het eiland naar de weg vernoemd en zo ging de aanwezigheid van apen in deze regio een eigen leven leiden.

En er is nog iets merkwaardigs met Monkey Island,  het is alleen met laag water te bereiken. Dus je moet ervoor zorgen dat je er op tijd bent (en ook op tijd weer weg bent). Het leven wordt daar bepaald door de getijden van de zee. Gelukkig is het niet zo ver lopen naar het eiland en is het ook niet zo groot, dus tijdens laag-water een bezoekje brengen zou moeten lukken. Zo Rond 18.30 uur is het eb.

Langs de vloedlijn staand de zonsondergang fotograferen bij opkomend tij was trouwens ook nog best wel een uitdaging … Niet die zonsondergang maar wel dat opkomende tij,  het water kwam soms ineens vijf meter of meer het strand op. Zo snel schoof de vloedlijn op.

Vroeg, dat wil zeggen bijtijds, vertrok ik de volgende ochtend voor mijn langzame trektocht langs de kust richting de volgende camping. Het beloofde een zonnige en hete dag te worden. Slechts één baai verder dan waar ik de afgelopen nacht had doorgebracht, trof ik een kleine baai met een vredig en rustgevend uitzicht. Enkele kampeerders hadden deze plek uitgekozen om te overnachten, je moet het maar weten …

Om in het centrum van Invercargill een koffietentje vinden, dat was toch wel een uitdaging kwam ik achter. Uiteindelijk was het mij wel gelukt …, klaar voor m’n bezoek aan Cape Bluff. Had ik het noordelijkste puntje van het Noordereiland (Cape Reinga, hiervandaan hemelsbreed maar 1403 km naar het noorden) niet kunnen bereiken, het zuidelijkste puntje van het Zuidereiland moest mij toch wel lukken, zeker nu ik er zo dichtbij was. Vanaf Invercargill was het 25 km rijden, dat was te doen én … ik had de tijd. Voor de route had ik het echter kunnen laten, het leek op sommige stukken wel of ik naar de Maasvlakte reed, zo industrieel en ‘chemisch’, staal, pijpen, rails en containers. Het uitzichtpunt stelde op zich ook niet zo veel voor (NB, wel een koffietentje 😀, had ik dat geweten!). Maar goed, ik ben er geweest, weer iets wat ik van m’n ‘lijstje’ kan schrappen 😉. Als ik het niet had gedaan, had ik mij altijd afgevraagd wat ik zou hebben gemist. Eigenlijk dus niets 😀 😃, behalve dan een Taiwanees stel dat hier op huwelijksreis was en de New Zealand Bandits die zich hier verzamelden voor hun wekelijkse zaterdagmiddag op de motor (of hun vergadering 😉).

Het uitzichtpunt op Bluff Hill was dan zeker zo interessant, niet toeristisch maar met een veel indrukwekkender uitzicht.

Was het landschap ten zuiden van Invercargill niet ‘bijzonder’, dat ten westen was het evenmin. Ik reed dus lekker door naar de camping die ik voor de komende nacht op het oog had, geen uitstapjes meer. Had …, deze camping was voor mij niet ‘drie-keer-niks’, hij was zelfs ‘drie-keer-helemaal-noppes-niks’. Waarom? Het was een grote, open en stenige vlakte aan het water die lag te branden in de zon (en dan moest je net deze snikhete en onbewolkte dag hebben). Er was geen enkele natuurlijke beschutting, noch tegen de zon, noch tegen de wind. De enige beschutting die er mogelijk kon worden bedacht was die van de camper of caravan van de buren. Maar dan stond je wel veel te dicht op elkaar. En geen enkele faciliteit. Dus dat ging ik niet doen en moest ik wat anders zoeken. Dat vond ik, weliswaar 100 km verderop en voorbij de lodge waar ik vanaf 5 februari drie nachten zou verblijven, maar wel in een gebied waarvan ik van diverse kanten het advies had gekregen ervan te genieten en er de tijd voor te nemen. Dus was ik helemaal tevreden met mijn bos-/riviercamping met alle ruimte, ruisende bomen en fluitende vogeltjes. Een verademing.

23. Blog Nieuw-Zeeland: De ‘Sounds’ – thuis in twee werelden

23. Blog Nieuw-Zeeland: De ‘Sounds’ – thuis in twee werelden

 

27-01 – 03-02-2023

Kijk uit wat je wenst, dadelijk krijg je het nog. -Nederlandse-wijsheid-

Ik had mij vaak beklaagd over de regen en het gemis aan zonneschijn tijdens mijn roadtrip in Nieuw-Zeeland. Ik wenste dat de regen eens ophield en het zonnetje begon te schijnen. Ik kreeg wat ik wenste, midden in het gebied waar het 200 dagen per jaar regent zat ik bij een strakblauwe lucht en 25 graden, niet één dag, maar bijna een hele week. Het was niet te geloven, het plekje waar het weer het ‘slechtst’ is in Nieuw-Zeeland bracht mij tropische temperaturen en een brandende zon. Maar dat wilde ik toch?

Ik zat hier in Milford Sounds in een zeer luxe onderkomen. Aan het eind van de wereld, toen ik dacht dat simpelheid en eenvoud de boventoon zouden voeren, genoot ik van een heerlijke maaltijd in een luxe restaurant, zeer luxe. Het is de tegenpool van het simpele en eenvoudige leven dat mijn reis over Nieuw-Zeeland over het algemeen kenmerkt. De campings waarop ik vaak overnachtte zijn eenvoudig en hadden alleen enkele basisvoorzieningen (een toilet en koud stromend water, overigens ‘boil before using’). Daar voelde ik mij goed bij en was ik op m’n gemak. Maar deze omgeving, even lekker genieten dat ik verwend werd, daarbij voelde ik mij ook thuis. Eén reis, één roadtrip, twee gezichten. Hoe raakte ik daar verzeild? Het is toch 300 km ver rijden vanaf de camping bij Queenstown, niet naast de deur.

Reed ik de vorige dag in stralend weer langs de oever van de noordelijke kant van Lake Wakatipu, deze dag was alles anders. Ik reed op weg naar de Milford Sound met regenachtig weer langs de zuidelijke arm van dat meer. En zo ziet het er dan uit als het regenachtig en zwaar bewolkt weer is. Voor mij was het goed mij dat ik mij dat realiseerde, voor het evenwicht.

Nadat ik het Lake District had verlaten reed ik door een vriendelijk, ook wel Engels aandoend landschap. Het was een landschap dat ik niet had verwacht, lieflijk en heuvelachtig zonder nog enig zicht te hebben op de ruigheid van het gebied waar ik naartoe reed. Maar ook wel weer grappig om mij zo te laten verrassen. 😀

Bij het betreden van de ’toegangspoort’ tot de Milford Sounds (vanaf daar nog wel 120 km rijden, hoor 😉) was de zon helemaal doorgebroken. Wat kon ik toen lekker in het zonnetje aan de oever van Lake Te Anau m’n boterham opeten. Dat was weer ontzettend geluk hebben. 😀 😃

De 120km-rit naar m’n ‘chalet’ in Milford Sound was overweldigend en werd steeds overweldigender. De “Ooooohhhhhh’s” en “Aaaaahhhhh’s” in de auto waren niet van de lucht. Als je de foto’s ziet begrijp je misschien waarom (en die geven nog maar een fractie weer van de grootsheid).

Tot slot, het uitzicht uit m’n chalet mocht er ook best zijn. Hoe zou dat morgen voelen bij het wakker worden? Vanavond, nadat ik had gegeten in het lokale restaurant, stortten de zandvliegjes zich in volle sterkte op mij. Die dachten ook een lekker maaltje te krijgen. Dat viel hen vies tegen omdat ik -toevallig ?- voor mijn restaurantbezoek een net shirt met lange mouwen en een lange broek had aangedaan. Dienen de meegenomen nette kleren (slechts één setje, hoor) diverse doelen. 😀 😃

Ik had jullie wel eens verteld over de kea, de vogel die als hij de kans krijgt alles wat maar een beetje los zit aan je auto, of los lijkt te zitten, onder handen (snavel) neemt en probeert te slopen. Vanochtend kreeg ik er twee op m’n dak (letterlijk) terwijl ik stond te wachten om door de tunnel te mogen rijden. Maar gelukkig heeft m’n auto het overleefd (denk ik).

Wat ben ik blij met de wandelschoenen die ik hier in Nieuw-Zeeland heb gekocht. Ze lopen inmiddels heerlijk, ik heb prima grip en de steun bij m’n enkels is ook uitstekend. Dat was een goede investering. Onder andere voor de wandeling van vandaag, naar de Key Summit (en verder). Het ‘verdere’ bestond eruit dat ik ben doorgelopen naar een uitzichtpunt op het hier in de buurt bekende Lake Marian. Misschien is een wandeling naar dat meertje spectaculair, van afstand deed het meer mij niets. Wel andere kleine poelen die in een rijke kleurschakeringen van mossen neergelegd leken te zijn.

Ik was bij deze wandeling de grote horde mensen net voor. Op m’n afdaling zag ik ze hijgend en puffend naar boven komen. Ik heb ze een bemoedigend woord toegesproken. 😀😃

Uiteindelijk besloot ik het even rustig aan te doen op de dag dat ik zou verkassen van m’n ‘chalet’ in Milford Sound naar een camping zo’n 100 kilometer terug in de vallei. Daar had ik voor vijf nachten geboekt, maar twee dagen zou ik er al niet zijn wegens een riviercruise op de Doubtful Sound.

Ik vergat bij m’n vertrek van alles, wat er toe leidde dat ik na een kwartier te hebben gereden maar terugging naar m’n chalet om de vergeten spullen op te halen. Tja, voorlopig kom ik hier niet meer in de buurt, dus moest ik het maar gelijk doen.

Een bestelling voor een paar leuke souvenirtjes was wel gelukt, maar met de betaling liep ik vast. En zonder telefoonsignaal kon ik ook niet even bellen om te overleggen en het te regelen. ’t Komt wel goed, maar het vergde even wat creativiteit. Dus …, voorlopig kom ik hier niet meer en laat ik dan nog maar genieten van de omgeving, stoppen op plekjes waar ik nog niet ben geweest, (verscholen) meertjes ontdekken langs de Te Anau – Milford Highway en mij geestelijk gaan voorbereiden op die riviercruise van de komende dagen.

En die camping …. die ligt ook weer op een goddelijk plekje. De dag eindigde daar trouwens met een behoorlijke uitdaging, om zo’n uur of 4 begon het te waaien, hard te waaien. Ik dacht dat het wel windkracht 6 was. Aan het meer leverde dat zelfs een echte branding op. Hoe ging ik buiten eten (klaarmaken) bij deze wind? De sla die ik zou eten, woei van m’n bord en iets verwarmen op een gaspitje in de vliegende wind ….? Deze uitdaging had ik hier nog niet meegemaakt. Gelukkig stoof het hier in ieder geval geen zand. 😀  En over zand gesproken, de zandvliegjes waren ook gevlucht voor deze wind. Dat was dan weer het voordeel.

Twee dagen voor een cruise in Doubtful Sound. Boot-bus-boot, dan rondvaren in de sound voordat we op de boot overnachtten en de tweede dag ik omgekeerde volgorde weer terug. Maximaal 12 mensen, dus een (hopelijk) leuk klein groepje. Al vrij snel had ik kennis gemaakt met drie Amerikanen, twee Hollanders en één boot (de eerste). Op die eerste boot die ons naar de andere kant van  Lake Manapouri bracht zaten ook de dagjesmensen, die mochten later de grote bus in (daar wilden wij ‘overnachters’ echt niet bij zitten 😉).

In het busje reden we met ons negenen op het gemakje (slow-traveling is hier ook het motto) naar de volgende boot met onderweg de diverse fotostops. Vlak voor ons vertrek met de tweede boot installeerde ik mij in m’n cabin, die was toch een stuk comfortabeler dan ik had gedacht (geen vier stapelbedden in een cabin maar een comfortabel tweepersoonsbed).

Onderweg werd gevist (voor ons avondeten, er werd genoeg gevangen), kreeften opgehaald (voor de lunch van de nieuwe groep de volgende dag) en gekayakt (voor de liefhebbers). Voor voldoende eten moesten we dus gedeeltelijk zelf zorgen, we leefden van wat de natuur ons gaf. Vlak voor dinnertime stuitten we nog op een groep dolfijnen. Die lieten we zwemmen …, we schoten alleen een aantal foto’s. Wezenloos mooi om die zo dichtbij te zien zwemmen. De volgende ochtend ging om 6 uur de generator van het schip aan en even later ook de motor, we gingen weer op weg. Tja, ik ben dan wel gelijk wakker, maar dat gaf mij nog de gelegenheid om voor het ontbijt om 7 uur lekker te douchen. De komende twee dagen zal ik zonder moeten doen op de door mij geboekte camping.

Tijdens de nacht op de boot had het geregend (en dat deed het ’s morgens nog steeds), daardoor ‘werkt’ een aantal van de vele watervallen nu wel, … alsof iemand de kraan heeft opengedraaid. 😀😃

Een bewolkte dag waarbij de wolken laag hangen, ook dat is Doubtful Sound. Mooi om beide ‘gezichten’ van deze Sound te hebben gezien, wat dat betreft was het ook weer boffen.

 

Wat te doen op een druppige, maar ’s ochtends (nog) niet echt regenachtige dag als mijn hoofd nog helemaal vol zit met indrukken van de Doubtful Sound? Ik zou nog twee dagen op de camping even ten noorden van Te Anau blijven, een prima plek zonder telefoonsignaal (laat staan internettoegang 😉). Zou ik de volgende serie indrukken over de nog op m’n netvlies staande beelden van de Doubtful Sound heen persen? Niets doen? M’n foto’s uitzoeken van het bezoek aan de Doubtful Sound (ik had zo’n 70 foto’s en 5 filmpjes alleen al van de dolfijnen gemaakt)?  Een bezoek aan de Glowworm Caves in Te Anau voor NZ$100 (€60)? Een dergelijke prijs rekende Hobbiton zelfs bij lange na niet. Een wandeling? Het werd het laatste, maar het wandelingetje in de buurt van de camping naar Lake Mistletoe pakte wel als een heeeeeeeel klein wandelingetje uit, binnen een half uur was ik terug bij de auto. En dan had ik op het viewpoint ook nog eens 10 minuten staan kletsen met een moeder en haar twee dochters.

Met een kop koffie zou er vast wel wijsheid komen, … of meer of minder regen. En als ik dan m’n warme maaltijd gelijk tussen de middag maakte (dit keer eens niet in een windkracht-6-wind), dan zouden de ideeën of oplossingen vast vanzelf komen.

Na het eten nog even m’n boek uit lezend zag ik dat de camping vandaag erg populair was, steeds meer mensen kwamen aanrijden op zoek naar ‘het beste plekje’, al om drie uur… Dat is dan wel het nadeel van een campercar zoals ik heb: als ik wegging was, of leek, mijn plekje ook weer ‘vrij’ en zou een ander er gaan staan en kon ik achter aansluiten als ik terugkwam. Omdat het bovendien ook ‘druppig’ bleef (en naar welke kant zou zich dat dan ontwikkelen?) bleef ik dus gewoon. Later op de middag kon ik dan de foto’s van Doubtful Sound uitzoeken en beginnen ik aan m’n volgende boek. Heerlijk toch zo’n e-reader, ik had voldoende boeken bij me.

De laatste volle dag rond Te Anau trok ik toch maar de stoute (wandel)schoenen aan en ging ik een deel van de Kepler Track lopen (een van de grote tracks in Nieuw-Zeeland). Het  was nog steeds druppig, maar dat mocht de pret niet drukken, vond ik. Ik liep tot Spirit Lake (om wat spiritualiteit op te doen 😉) en zag onderweg de rivier die in The Lord of the Rings de rivier de Anduin is. Ook stak ik een paar hangbruggen over, de ene nog wiebeliger dan de andere, maar het lukte mij ook op de terugweg er veilig overheen te komen. 😀😃

Achteraf gezien was deze dag een dag van timing en op het goede moment op de goede plek zijn. Tijdens m’n wandeling had ik geen spatje regen gehad (wel een natte rug vanwege het toch wel drukkende weer). Het begon pas echt te regenen tijdens m’n lunch in Te Anau, dat zette fors door op weg naar m’n camping, maar daar aangekomen brak het zonnetje al door de wolken heen. Wat de weergoden voor de rest van de dag ook nog in petto hadden, ik hoefde in beginsel de auto niet meer uit en kon mij geheel binnen bedruipen. Ik mocht echt tevreden zijn over deze laatste dag in het Fjordland.

Tot slot nog een uitsmijter voor deze dag. Was het de vorige dag op deze camping al vroeg beredruk, deze dag is het ongelofelijk rustig. Toch merkwaardig. En het waait weer, hard.

De volgende dag sloeg ik de bladzij om en brak er een nieuw hoofdstuk aan, de zuidkust van het Zuidereiland. Daar ging ik proberen de eerste nacht op Monkey Island te overnachten. Welk verhaal daarmee is verbonden, lezen jullie in m’n volgende blog.

22. Blog Nieuw-Zeeland: Het ‘Lake-District’ van het Zuidereiland

22. Blog Nieuw-Zeeland: Het ‘Lake-District’ van het Zuidereiland – Blijven spugen tot het water hoog genoeg staat

 

23/26-01-2023

If the land is well and the sea is well, the people will thrive -Maori-wijsheid-

Vandaag zou ik de Nieuw-Zeelandse Alpen achter mij laten (ik bleef er echter nog wel zicht op houden 😉) en het merengebied van het Zuidereiland binnenrijden. Al na korte tijd reed ik langs de oevers van Lake Wanaka naar de gelijknamige plaats. Ook nu weer op m’n gemakje, want ook deze dag had ik ruimschoots de tijd te genieten van alles wat ik onderweg tegen kwam. Daar moet je gewoon de tijd voor nemen, het de tijd gunnen. Genieten van elke keer een ander uitzicht vanaf de zich langs de randen van het meer slingerende weg.
NB, het waarschuwingsbord (‘Lookout’ met een plaatje van een fototoestel) was volgens mij wel verkeerd. Het moest zijn ‘Look out, sandflies’. 😀 😃Ik heb toch de deet maar weer tevoorschijn gehaald. 😢

Na slechts over een klein heuveltje te zijn gereden kwam ik aan de andere kant daarvan gelijk Lake Hawea tegen. Ik krijg gewoon kippenvel van de schoonheid van de natuur hier. En ook hier slingert de weg zich langs de oevers van het meer.

Wanaka (wat een drukte, maar dan scheen het hier nog mee te vallen vergeleken met Queenstown) bezocht ik voor een aantal boodschappen en wat input voor m’n wandeling(en) de volgende dag. Ik genoot van een rustig lunchplek op het strand (dat strand ligt direct aan het centrum) en reed daarna weer terug naar Lake Hawea naar wat m’n campingplekje aan ‘de oevers van het meer’ zou worden voor de komende twee nachten. Het was weer een ‘commerciële’ camping, best wel groot en misschien ook wel rumoerig. Maar ik had een plekje gevonden in ‘de boomgaard’, met tussen de bomen door zicht op het meer. Het grappige was, ontdekte ik, dat de ‘unpowered’ campinggasten op deze camping op een aantal gedeeltes vrij mogen gaan staan waar ze willen (“zoek maar een leuk plekje”) terwijl de ‘powered’ (alle caravans, campers etc die stroom nodig hebben) naast elkaar op strak afgepaste vierkante plekken staan. Had ik toch weer even geluk.
Het klinkt misschien wel gek, maar ik zit hier aan het zomerfruit: kersen, abrikozen, nectarine etc. Heerlijk.

De vraag was “Wat zou ik de tweede dag hier gaan doen?”. Er waren zoveel mogelijkheden, drie mooie, soms uitdagende wandelingen, de boom van Wanaka. Te veel om uit te kiezen.
Bij aankomst bij het startpunt van het eerste alternatief, Roys Peak, viel die voor mij af: 16 km retour op hetzelfde pad over een onbeschutte en steile berghelling op een hete, onbewolkte dag. Het uitzicht zal vast schitterend zijn, maar het moet wel leuk blijven. 😀 😃
Van een latere ontmoeting met een andere wandelaar begreep ik dat je deze wandeling om 3 uur ’s nachts moet beginnen. Maar zoals gezegd, het moet wel leuk blijven.

Op weg naar de tweede mogelijkheid, Diamond Lake & Rocky Mountain. Die werd het dus, grote voordelen waren de flexibele mogelijkheden wat betreft tijd en afstand en de diverse keuzes die ik nog later kon maken. De eerste ervaringen stelden mij niet teleur. Wat een schoonheid weer, dit meertje is echt een verborgen diamantje. Ik koos het rondje meer ’tegen de klok in’ te lopen (uiteraard). Dat leidde ertoe dat ik vlak voor ik op het hoofdpad zou terugkomen nog enig klauterwerk moest doen. Er was een grote boom over het pad gevallen en ik moest mij tussen de takken door een weg banen, het was een soort omgekeerd in een boom klimmen. Aan de andere kant was het pad netjes afgesloten, bij mij niet (en ik ging natuurlijk niet helemaal teruglopen 😉).
Deze optie was dus een hele goede beslissing, wat wilde ik nog meer met dergelijke uitzichten?

Tot slot, op de terugweg naar m’n camping, zette ik de meest gefotografeerde boom van Wanaka ook nog even op de foto. Die mag in mijn collectie natuurlijk niet ontbreken. 😀 😃 Meestal staat die boom helemaal in het water, maar het was zolang droog geweest dat het water in het meer flink was gezakt. Als het water hoger had gestaan was het natuurlijk spectaculairder geweest, maar ik deed het er gewoon mee (in het meer blijven spugen tot het gewenste niveau was bereikt, was ook geen optie. 😉
Hoe ik die boom had gevonden? Ik had gewoon z’n adres gegoogled, simpel (bomen hebben ook een adres hoor, zeker bekende bomen 😉).

Het was trouwens ook wel weer eens fijn een dag zonder ‘sandfly-alert’ te kunnen wandelen, staan, zitten, koken, eten en slapen. Zo rustig en zonder de penetrante geur van deet constant om mij heen en aan m’n handen.

Van Wanaka naar Queenstown

Via de Cardrona Valley en Arrowtown, een voormalige Chinese nederzetting ten tijde van de goldrush, en Queenstown reed ik naar m’n camping en uitvalsbasis voor de komende twee nachten.
De Cardrona Valley zelf was (nog) groen, maar de droogte van de laatste tijd had de berghellingen geheel geel gekleurd. En dan een opmerkelijke attractie. als actie voor de New Zealand Cancer Foundation wordt Cardrona ook wel Bradrona genoemd en op ludieke manier onder de aandacht gebracht.

 

Het Cardrona Hotel, opgericht in 1863, bestaat nog steeds als hotel. Achter de oude voorgevel zijn modern ingerichte hotelvertrekken die het verblijf ludiek én aangenaam maken. De pas die vanuit de vallei de verbinding met Queenstown legt, de Crown Range Summit, is sinds 2000 de hoogste geasfalteerde weg in Nieuw-Zeeland, eigenlijk niet eens zo hoog met z’n 1076 meter.

Na bezoek aan de voormalige Chinese nederzetting in Arrowton en de hoofdstraat van het plaatsje (ze proberen de sfeer van destijds zo goed mogelijk vast te houden gezien de gevels) vond ik het wel weer eens tijd voor een ijsje. Volgens mij was dat pas het derde of vierde ijsje dat ik in Nieuw-Zeeland consumeerde, dat viel best wel ’tegen’. Een klein voorproefje op Queenstown was het bezoek aan Arrowtown al wel, parkeren is een drama en de diverse bussen met toeristen rijden af en aan. Op de camping aangekomen zocht ik gelijk maar even een lekker plekje om ‘meditatief’ te zitten. Volgens mij had ik dat wel gevonden.

Even vreesde ik dat er een grote streep door mijn plannen van de tweede dag rond Queenstown zou gaan. Blijkbaar had ik de vorige dag op enig moment m’n rug zo verdraaid dat ik, de vorige avond al, mij amper kon bewegen zonder pijnscheuten onder in m’n rug. Als je mij zag lopen leek ik wel een ouwe stijve en stramme vent. 😢 Het past wel een beetje bij mijn leeftijd, maar ook dat moet je niet overdrijven.
Gelukkig was na het slaapje van het laatste uur vannacht de pijn en stramheid grotendeels weg, een pijnstiller zorgde voor de rest. Zo kon ik, redelijk voorzichtig aan, toch een en ander doen en bleef ik in beweging.

Aan de ’top’ van Lake Wakatipu ligt het plaatsje Glenorchy, startpunt van allerlei mogelijkheden, wat je ook maar doen wilt en welke kant je ook op gaat. De route er naartoe zou ook nog eens schitterend zijn. Dus wat lette mij op weg te gaan die kant op?
En inderdaad kennen de oevers van Lake Wakatipu schitterende uitzichtpunten en vergezichten. Daar genoot ik elke keer weer ontzettend van. Hoe vaak ik niet heb verzucht (nog steeds) ‘Oh, wat mooi’ is niet meer op de vingers van twee handen te tellen.

 

Vlak voordat ik Glenorchy bereikte bezocht ik de oude nederzetting voor de scheeliet-winning (scheeliet is een mineraal waarnaar vooral tijdens de wereldoorlogen van vorige eeuw grote vraag was). Uiteraard was die nederzetting halverwege een berg, dus steil klimmen beloonde zich op de terugweg met lekker (steil) dalen.
Om een heel andere reden was het goed dat ik naar boven was gelopen. Ik kon goed zien hoe het zand uit de droogstaande vallei tot grote stofwolken werd opgezweept en meegenomen. Laten die stofwolken nu net over een mogelijke camping voor mij voor de volgende nacht heentrekken. Aangezien ik geen zin had om constant te worden gezandstraald en veel zand in m’n eten te vinden, annuleerde ik m’n idee om een rit van 60 km te maken naar die camping (met normaal gesproken een schitterend uitzicht). Ja het was een stukje omrijden voor die mooie camping …
Maar ook tussen de bomen in Glenorchy woei het hard. Zou er een weersverandering op komst zijn?

Uiteindelijk reed ik naar dezelfde camping terug waar ik afgelopen nacht ook was geweest. Niet bijzonder maar voor een nachtje nog wel uit te houden. Ik had dan in ieder geval genoeg benzine om de volgende dag Queenstown te halen voordat ik het Fjordland in zou rijden (en een paar dagen later weer terug te komen). Anders was dat nog maar de vraag geweest…

21. Blog Nieuw-Zeeland: Net als Hannibal de Alpen over – ik deed het zonder olifanten

21. Blog Nieuw-Zeeland: Net als Hannibal de Alpen over – ik deed het zonder olifanten

 

21/22-01-2023

There is a way that nature speaks, that the land speaks. Most of the time we are simply not patient enough, quiet enough, to pay attention to the story -Linda Hogan-

Omdat ik de vorige dag verder had gereden dan gepland (ik wilde de regen een beetje comfortabel tegemoet treden) had ik deze dag op weg naar m’n lodge in Makarora zeeën van tijd. Dat was een goede gelegenheid eens te kijken wat er onderweg te beleven viel, ook al stond het niet als toeristische (hot)spot bekend. Of stonden de bezienswaardigheden zelfs helemaal niet op de kaart als ‘bijzonder’. Het kwam mooi uit dat de regen was weggetrokken en het zonnetje weer vrolijk scheen.

Ik reed door het dal langs de Haast River (op weg naar de Haast Pas) en probeerde mij voor te stellen hoeveel water hier in het voorjaar door deze rivier zou stromen, hoe die rivier zou kolken. Het ‘zielige’ stroompje dat er nu na veel zonnige en droge dagen was overgebleven was daar maar een fractie van.

De Depot Creek Falls verbaasden mij dan wel in het bijzonder, van een behoorlijke hoogte viel/stroomde het water ruimschoots naar beneden. Een onverwachte en aangename verrassing was deze waterval voor mij (die nergens op de kaart stond).

De Roaring Billy Falls stonden dan wel weer aangekondigd, op 10 minuten loopafstand zag ik ze aan de overkant van de rivier verscholen tussen de bomen liggen. En natuurlijk maakte ik op de terugweg ‘mijn’ stapeltje stenen. Duidelijk is wel hoe ongelofelijk groen het water van de rivier hier is.

 

Een leuk uitzichtpunt was de plek waar de Haastrivier een scherpe bocht maakt, net alsof de ene rivier de andere instroomt. Wel zijn nog overal zandvliegjes, ik heb mij toch maar weer ingesmeerd met deet.

De Thunder Creek Falls stonden ook weer aangegeven, zelfs als toeristisch hoogtepunt. Die pakte ik dan toch maar mee (want toeristisch 😀 😃, maar toch niet helemaal onterecht).

De Fantail Falls, ook netjes aangekondigd, waren dan weer niet zo indrukwekkend. Maar goed, als je de Thunder Creek Falls hebt gehad, dan moet de volgende waterval wel erg z’n best doen om ‘er bovenuit te komen’. Ook hier heb ik, in navolging van anderen, wat steentjes gestapeld.

 

En dan, tot slot voordat ik op m’n overnachtingsadres terecht kom, maakte ik een wandeling naar Blue Pools, wat hier in de buurt toch wel de toeristische trekpleister bij uitstek is. Het water leek eerder groen dan blauw, maar het allerdiepste deel is met een beetje goede wil wel blauw te noemen. In ieder geval een mooie afsluiting van de trip van vandaag.

Al die mensen die hier maar langs jakkeren, ofwel op weg naar de westkust ofwel op de vlucht voor de zandvliegjes van die westkust, die missen toch heel veel.

 

 

De volgende ochtend werd ik wakker in m’n lekkere warme bedje in m’n hutje in Makarora. Buiten was het 11 graden en woei er een best wel frisse bries. In m’n hoofd was het een chaos wat betreft m’n reisschema en -mogelijkheden voor de komende tien dagen met vier verschillende locaties die ik wilde aandoen (elk had z’n eigen schoonheid en aantrekkelijkheid), waaronder een lodge in Milford Sound (geboekt), een overnight cruise in Doubtful Sound (geboekt) en een camping (geboekt ivm het nog steeds drukke zomerseizoen voor de Nieuw-Zeelanders in deze regio). Kon ik alle wensen, verlangens en mogelijkheden inpassen?

Dus kroop ik er nog even lekker onder, kopje thee erbij en computer onder handbereik om ook uit de komende tien dagen het optimale te halen. Heerlijk.

Daarna had ik een uitgebreide brunch en ging ik eens even kijken wat ik deze dag zou gaan doen. Misschien zou ik er wel een lummeldagje van maken na alle belevenissen van afgelopen week. 😀😉

In alle ‘haast’ om van de ene naar de andere waterval te komen had ik de vorige dag het uitzichtpunt op de Haastpas helemaal over het hoofd gezien. Dom, dom, dom. Maar gelukkig kon ik die omissie herstellen en liep ik het steile pad naar het uitzichtpunt (30 minuten) naar boven. Het uitzicht was leuk, maar niet spectaculair (maar wat kan nog wel spectaculair zijn na de ervaringen van afgelopen week 😉).

Nog geen drie minuten nadat ik terug was in m’n huisje daalde er een groeizaam regentje neer, over timing gesproken. 😀

Hier in de buurt van Makarora weten ze ook wel raad met de ‘leuke’ namen van de omliggende bergen, Mount Awful, Mount Dreadful, Mount Turner (om de reiziger van destijds over de oude doorgaande weg door onherbergzaam gebied naar de westkust een beetje moed in te spreken 😉).