22. Blog Nieuw-Zeeland: Het ‘Lake-District’ van het Zuidereiland

22. Blog Nieuw-Zeeland: Het ‘Lake-District’ van het Zuidereiland – Blijven spugen tot het water hoog genoeg staat

 

23/26-01-2023

If the land is well and the sea is well, the people will thrive -Maori-wijsheid-

Vandaag zou ik de Nieuw-Zeelandse Alpen achter mij laten (ik bleef er echter nog wel zicht op houden πŸ˜‰) en het merengebied van het Zuidereiland binnenrijden. Al na korte tijd reed ik langs de oevers van Lake Wanaka naar de gelijknamige plaats. Ook nu weer op m’n gemakje, want ook deze dag had ik ruimschoots de tijd te genieten van alles wat ik onderweg tegen kwam. Daar moet je gewoon de tijd voor nemen, het de tijd gunnen. Genieten van elke keer een ander uitzicht vanaf de zich langs de randen van het meer slingerende weg.
NB, het waarschuwingsbord (‘Lookout’ met een plaatje van een fototoestel) was volgens mij wel verkeerd. Het moest zijn ‘Look out, sandflies’. πŸ˜€ πŸ˜ƒIk heb toch de deet maar weer tevoorschijn gehaald. 😒

Na slechts over een klein heuveltje te zijn gereden kwam ik aan de andere kant daarvan gelijk Lake Hawea tegen. Ik krijg gewoon kippenvel van de schoonheid van de natuur hier. En ook hier slingert de weg zich langs de oevers van het meer.

Wanaka (wat een drukte, maar dan scheen het hier nog mee te vallen vergeleken met Queenstown) bezocht ik voor een aantal boodschappen en wat input voor m’n wandeling(en) de volgende dag. Ik genoot van een rustig lunchplek op het strand (dat strand ligt direct aan het centrum) en reed daarna weer terug naar Lake Hawea naar wat m’n campingplekje aan ‘de oevers van het meer’ zou worden voor de komende twee nachten. Het was weer een ‘commerciΓ«le’ camping, best wel groot en misschien ook wel rumoerig. Maar ik had een plekje gevonden in ‘de boomgaard’, met tussen de bomen door zicht op het meer. Het grappige was, ontdekte ik, dat de ‘unpowered’ campinggasten op deze camping op een aantal gedeeltes vrij mogen gaan staan waar ze willen (“zoek maar een leuk plekje”) terwijl de ‘powered’ (alle caravans, campers etc die stroom nodig hebben) naast elkaar op strak afgepaste vierkante plekken staan. Had ik toch weer even geluk.
Het klinkt misschien wel gek, maar ik zit hier aan het zomerfruit: kersen, abrikozen, nectarine etc. Heerlijk.

De vraag was “Wat zou ik de tweede dag hier gaan doen?”. Er waren zoveel mogelijkheden, drie mooie, soms uitdagende wandelingen, de boom van Wanaka. Te veel om uit te kiezen.
Bij aankomst bij het startpunt van het eerste alternatief, Roys Peak, viel die voor mij af: 16 km retour op hetzelfde pad over een onbeschutte en steile berghelling op een hete, onbewolkte dag. Het uitzicht zal vast schitterend zijn, maar het moet wel leuk blijven. πŸ˜€ πŸ˜ƒ
Van een latere ontmoeting met een andere wandelaar begreep ik dat je deze wandeling om 3 uur ’s nachts moet beginnen. Maar zoals gezegd, het moet wel leuk blijven.

Op weg naar de tweede mogelijkheid, Diamond Lake & Rocky Mountain. Die werd het dus, grote voordelen waren de flexibele mogelijkheden wat betreft tijd en afstand en de diverse keuzes die ik nog later kon maken. De eerste ervaringen stelden mij niet teleur. Wat een schoonheid weer, dit meertje is echt een verborgen diamantje. Ik koos het rondje meer ’tegen de klok in’ te lopen (uiteraard). Dat leidde ertoe dat ik vlak voor ik op het hoofdpad zou terugkomen nog enig klauterwerk moest doen. Er was een grote boom over het pad gevallen en ik moest mij tussen de takken door een weg banen, het was een soort omgekeerd in een boom klimmen. Aan de andere kant was het pad netjes afgesloten, bij mij niet (en ik ging natuurlijk niet helemaal teruglopen πŸ˜‰).
Deze optie was dus een hele goede beslissing, wat wilde ik nog meer met dergelijke uitzichten?

Tot slot, op de terugweg naar m’n camping, zette ik de meest gefotografeerde boom van Wanaka ook nog even op de foto. Die mag in mijn collectie natuurlijk niet ontbreken. πŸ˜€ πŸ˜ƒ Meestal staat die boom helemaal in het water, maar het was zolang droog geweest dat het water in het meer flink was gezakt. Als het water hoger had gestaan was het natuurlijk spectaculairder geweest, maar ik deed het er gewoon mee (in het meer blijven spugen tot het gewenste niveau was bereikt, was ook geen optie. πŸ˜‰
Hoe ik die boom had gevonden? Ik had gewoon z’n adres gegoogled, simpel (bomen hebben ook een adres hoor, zeker bekende bomen πŸ˜‰).

Het was trouwens ook wel weer eens fijn een dag zonder ‘sandfly-alert’ te kunnen wandelen, staan, zitten, koken, eten en slapen. Zo rustig en zonder de penetrante geur van deet constant om mij heen en aan m’n handen.

Van Wanaka naar Queenstown

Via de Cardrona Valley en Arrowtown, een voormalige Chinese nederzetting ten tijde van de goldrush, en Queenstown reed ik naar m’n camping en uitvalsbasis voor de komende twee nachten.
De Cardrona Valley zelf was (nog) groen, maar de droogte van de laatste tijd had de berghellingen geheel geel gekleurd. En dan een opmerkelijke attractie. als actie voor de New Zealand Cancer Foundation wordt Cardrona ook wel Bradrona genoemd en op ludieke manier onder de aandacht gebracht.

 

Het Cardrona Hotel, opgericht in 1863, bestaat nog steeds als hotel. Achter de oude voorgevel zijn modern ingerichte hotelvertrekken die het verblijf ludiek Γ©n aangenaam maken. De pas die vanuit de vallei de verbinding met Queenstown legt, de Crown Range Summit, is sinds 2000 de hoogste geasfalteerde weg in Nieuw-Zeeland, eigenlijk niet eens zo hoog met z’n 1076 meter.

Na bezoek aan de voormalige Chinese nederzetting in Arrowton en de hoofdstraat van het plaatsje (ze proberen de sfeer van destijds zo goed mogelijk vast te houden gezien de gevels) vond ik het wel weer eens tijd voor een ijsje. Volgens mij was dat pas het derde of vierde ijsje dat ik in Nieuw-Zeeland consumeerde, dat viel best wel ’tegen’. Een klein voorproefje op Queenstown was het bezoek aan Arrowtown al wel, parkeren is een drama en de diverse bussen met toeristen rijden af en aan.Β Op de camping aangekomen zocht ik gelijk maar even een lekker plekje om ‘meditatief’ te zitten. Volgens mij had ik dat wel gevonden.

Even vreesde ik dat er een grote streep door mijn plannen van de tweede dag rond Queenstown zou gaan. Blijkbaar had ik de vorige dag op enig moment m’n rug zo verdraaid dat ik, de vorige avond al, mij amper kon bewegen zonder pijnscheuten onder in m’n rug. Als je mij zag lopen leek ik wel een ouwe stijve en stramme vent. 😒 Het past wel een beetje bij mijn leeftijd, maar ook dat moet je niet overdrijven.
Gelukkig was na het slaapje van het laatste uur vannacht de pijn en stramheid grotendeels weg, een pijnstiller zorgde voor de rest. Zo kon ik, redelijk voorzichtig aan, toch een en ander doen en bleef ik in beweging.

Aan de ’top’ van Lake Wakatipu ligt het plaatsje Glenorchy, startpunt van allerlei mogelijkheden, wat je ook maar doen wilt en welke kant je ook op gaat. De route er naartoe zou ook nog eens schitterend zijn. Dus wat lette mij op weg te gaan die kant op?
En inderdaad kennen de oevers van Lake Wakatipu schitterende uitzichtpunten en vergezichten. Daar genoot ik elke keer weer ontzettend van. Hoe vaak ik niet heb verzucht (nog steeds) ‘Oh, wat mooi’ is niet meer op de vingers van twee handen te tellen.

 

Vlak voordat ik Glenorchy bereikte bezocht ik de oude nederzetting voor de scheeliet-winning (scheeliet is een mineraal waarnaar vooral tijdens de wereldoorlogen van vorige eeuw grote vraag was). Uiteraard was die nederzetting halverwege een berg, dus steil klimmen beloonde zich op de terugweg met lekker (steil) dalen.
Om een heel andere reden was het goed dat ik naar boven was gelopen. Ik kon goed zien hoe het zand uit de droogstaande vallei tot grote stofwolken werd opgezweept en meegenomen. Laten die stofwolken nu net over een mogelijke camping voor mij voor de volgende nacht heentrekken. Aangezien ik geen zin had om constant te worden gezandstraald en veel zand in m’n eten te vinden, annuleerde ik m’n idee om een rit van 60 km te maken naar die camping (met normaal gesproken een schitterend uitzicht). Ja het was een stukje omrijden voor die mooie camping …
Maar ook tussen de bomen in Glenorchy woei het hard. Zou er een weersverandering op komst zijn?

Uiteindelijk reed ik naar dezelfde camping terug waar ik afgelopen nacht ook was geweest. Niet bijzonder maar voor een nachtje nog wel uit te houden. Ik had dan in ieder geval genoeg benzine om de volgende dag Queenstown te halen voordat ik het Fjordland in zou rijden (en een paar dagen later weer terug te komen). Anders was dat nog maar de vraag geweest…

21. Blog Nieuw-Zeeland: Net als Hannibal de Alpen over – ik deed het zonder olifanten

21. Blog Nieuw-Zeeland: Net als Hannibal de Alpen over – ik deed het zonder olifanten

 

21/22-01-2023

There is a way that nature speaks, that the land speaks. Most of the time we are simply not patient enough, quiet enough, to pay attention to the story -Linda Hogan-

Omdat ik de vorige dag verder had gereden dan gepland (ik wilde de regen een beetje comfortabel tegemoet treden) had ik deze dag op weg naar m’n lodge in Makarora zeeΓ«n van tijd. Dat was een goede gelegenheid eens te kijken wat er onderweg te beleven viel, ook al stond het niet als toeristische (hot)spot bekend. Of stonden de bezienswaardigheden zelfs helemaal niet op de kaart als ‘bijzonder’. Het kwam mooi uit dat de regen was weggetrokken en het zonnetje weer vrolijk scheen.

Ik reed door het dal langs de Haast River (op weg naar de Haast Pas) en probeerde mij voor te stellen hoeveel water hier in het voorjaar door deze rivier zou stromen, hoe die rivier zou kolken. Het ‘zielige’ stroompje dat er nu na veel zonnige en droge dagen was overgebleven was daar maar een fractie van.

De Depot Creek Falls verbaasden mij dan wel in het bijzonder, van een behoorlijke hoogte viel/stroomde het water ruimschoots naar beneden. Een onverwachte en aangename verrassing was deze waterval voor mij (die nergens op de kaart stond).

De Roaring Billy Falls stonden dan wel weer aangekondigd, op 10 minuten loopafstand zag ik ze aan de overkant van de rivier verscholen tussen de bomen liggen. En natuurlijk maakte ik op de terugweg ‘mijn’ stapeltje stenen. Duidelijk is wel hoe ongelofelijk groen het water van de rivier hier is.

 

Een leuk uitzichtpunt was de plek waar de Haastrivier een scherpe bocht maakt, net alsof de ene rivier de andere instroomt. Wel zijn nog overal zandvliegjes, ik heb mij toch maar weer ingesmeerd met deet.

De Thunder Creek Falls stonden ook weer aangegeven, zelfs als toeristisch hoogtepunt. Die pakte ik dan toch maar mee (want toeristisch πŸ˜€ πŸ˜ƒ, maar toch niet helemaal onterecht).

De Fantail Falls, ook netjes aangekondigd, waren dan weer niet zo indrukwekkend. Maar goed, als je de Thunder Creek Falls hebt gehad, dan moet de volgende waterval wel erg z’n best doen om ‘er bovenuit te komen’. Ook hier heb ik, in navolging van anderen, wat steentjes gestapeld.

 

En dan, tot slot voordat ik op m’n overnachtingsadres terecht kom, maakte ik een wandeling naar Blue Pools, wat hier in de buurt toch wel de toeristische trekpleister bij uitstek is. Het water leek eerder groen dan blauw, maar het allerdiepste deel is met een beetje goede wil wel blauw te noemen. In ieder geval een mooie afsluiting van de trip van vandaag.

Al die mensen die hier maar langs jakkeren, ofwel op weg naar de westkust ofwel op de vlucht voor de zandvliegjes van die westkust, die missen toch heel veel.

 

 

De volgende ochtend werd ik wakker in m’n lekkere warme bedje in m’n hutje in Makarora. Buiten was het 11 graden en woei er een best wel frisse bries. In m’n hoofd was het een chaos wat betreft m’n reisschema en -mogelijkheden voor de komende tien dagen met vier verschillende locaties die ik wilde aandoen (elk had z’n eigen schoonheid en aantrekkelijkheid), waaronder een lodge in Milford Sound (geboekt), een overnight cruise in Doubtful Sound (geboekt) en een camping (geboekt ivm het nog steeds drukke zomerseizoen voor de Nieuw-Zeelanders in deze regio). Kon ik alle wensen, verlangens en mogelijkheden inpassen?

Dus kroop ik er nog even lekker onder, kopje thee erbij en computer onder handbereik om ook uit de komende tien dagen het optimale te halen. Heerlijk.

Daarna had ik een uitgebreide brunch en ging ik eens even kijken wat ik deze dag zou gaan doen. Misschien zou ik er wel een lummeldagje van maken na alle belevenissen van afgelopen week. πŸ˜€πŸ˜‰

In alle ‘haast’ om van de ene naar de andere waterval te komen had ik de vorige dag het uitzichtpunt op de Haastpas helemaal over het hoofd gezien. Dom, dom, dom. Maar gelukkig kon ik die omissie herstellen en liep ik het steile pad naar het uitzichtpunt (30 minuten) naar boven. Het uitzicht was leuk, maar niet spectaculair (maar wat kan nog wel spectaculair zijn na de ervaringen van afgelopen week πŸ˜‰).

Nog geen drie minuten nadat ik terug was in m’n huisje daalde er een groeizaam regentje neer, over timing gesproken. πŸ˜€

Hier in de buurt van Makarora weten ze ook wel raad met de ‘leuke’ namen van de omliggende bergen, Mount Awful, Mount Dreadful, Mount Turner (om de reiziger van destijds over de oude doorgaande weg door onherbergzaam gebied naar de westkust een beetje moed in te spreken πŸ˜‰).

20. Blog Nieuw-Zeeland: Langs de ruige Westkust – Goud, hout, kolen en jade … en gletsjers

20. Blog Nieuw-Zeeland: Langs de ruige Westkust – Goud, hout, kolen en jade … en gletsjers

 

16/20-01-2023

I go to nature to be soothed and healed and have my senses put in tune once more -John Burroughs-

Op weg naar Hokitika
De afgelopen dag had ik op weg naar de Pancake Rocks al een deel van de kustweg gevolgd, deze dag genoot ik er nog een keer van en vervolgde ik de weg verder naar het zuiden. Waren de uitzichten de vorige dag pittoresk, vandaag deed daar niet voor onder.

Onderweg had ik in Greymouth een coffee-break. Lekker genietend van m’n ‘koffie-met’ ging er een Nederlands stel aan het tafeltje links van mij zitten, even later een Nederlands stel aan het tafeltje rechts van mij. Ik hield mij gedeisd, even lekker de anonieme Hollander spelen. Wat je dan hoort … πŸ˜€

De hele streek kenmerkt zich door een ‘mijnbouwverleden’, goud (1860-1870), hout (1870-1930), kolen (1865-heden, nu wel aflopend), jade (1920-heden). 29.000 goudzoekers kwamen hier begin 60-er jaren van de 19de eeuw op af, vanuit andere inmiddels uitgeputte gebieden in Nieuw-Zeeland maar grote aantallen kwamen ook uit Europa, AustraliΓ«, China en uit de Verenigde Staten. Velen hebben het niet overleefd, onder andere doordat de vele schepen in het zicht van de haven strandden. De grilligheid van de kust en de vele rotspartijen, onderwater, zijn hier niet vreemd aan. De tekenen en restanten hiervan zijn in het landschap en aan de kust terug te vinden.
Ik had gepland er een en ander van mee te maken. De camping die ik had uitgekozen, Goldsborough Campsite bij Hokitika, heeft z’n naam mee en is er alvast een prima startpunt voor. Bovendien is Hokitika heden ten dage toevallig ook nog eens het jadecentrum van Nieuw-Zeeland. Ik ben benieuwd …
De eerste ervaring op de camping is in ieder geval net als toen, geen telefoonontvangst, geen internet. Ik ging 160 jaar terug in de tijd. ’s Nachts vermoordde ik meer dan 20 muggen die illegaal mijn auto waren binnengeslopen en, op zoek naar een lekker hapje, toen tevoorschijn waren gekomen. Bad luck.
Het was, weer, een mooie en zonnige dag. Ik genoot van de afwezigheid van de regen en wilde dit ook wel even expliciet melden na al mijn ‘klaagzangen’ over het naar beneden komende hemelvocht de afgelopen weken. πŸ˜πŸ˜ŠπŸ™

Lake Brunner
Een tochtje in de omgeving van de camping op zoek naar een leuke wandeling leidde mij naar het Lake Brunner. De wandeling die ik dacht te maken, was nog ‘under construction’. Dat belette mij echter niet een stukje van de route te lopen en te genieten van de stilte en het uitzicht over het meer op de daar achter liggende bergen … tot een lawaaierige en stinkende motorboot het water werd ingelaten. Maar gelukkig was ik toen al op mijn uitgangspunt voor dat eerste korte uitstapje aan Lake Brunner terug en ging ik op zoek naar het volgende mooie plekje aan de rand van het meer.
Helaas kwamen daar vlak na mij een paar constant en te luid sprekende dames aan. En ging het nou over het leuke uitzicht en het punt waar ze waren uitgestapt? Nee hoor, over volstrekt andere dingen en plaatsen. Ze waren gewoon niet op de plek waar ze waren. Op een gegeven moment begon ik mij zo aan ze te ergeren, dat ik de neiging had te vragen of ze even hun mond wilden houden en wilden luisteren en kijken naar de plek waar ze zich bevonden. Op dat moment stapten ze weer in de auto, vast op weg naar een plek waar ze ook niet zouden zijn. Wat een rust, kon ik hier toch nog even genieten.

Terug op de camping was er een ontzettend leuk plekje vrij. Daar ben ik natuurlijk gelijk gaan staan. πŸ˜€Β En vervolgens heb ik een heerlijke warme maaltijd bereid. Ik eet best wel lekker, ook als ik zelf kook. πŸ˜‰ Of zou het mij hier gewoon beter smaken in deze primitievere omstandigheden?
Aan het eind van de middag waagde ik nog een poging een wandeling te maken die vanaf de camping begon. De eerste wandeling liep na 25 minuten over zulke steile en door water glad uitgesleten rotsen dat ik rechtsomkeert maakte. Ondanks m’n nieuwe schoenen met meer grip vond ik dat te heftig. De andere wandeling onderging al snel een vergelijkbaar lot, waardoor ik na een dik uur weer bij m’n auto terug was. Dan kon ik mij eerder dan gedacht gaan prepareren op de tocht van morgen en overmorgen naar de Franz Josef en de Fox Gletsjers. Het worden drie avonden met grote uitdagingen in de strijd tegen zandvliegjes, ’s avonds veel buiten zitten zal er niet bij zijn … 😒 πŸ˜₯
Dankzij de door mij genomen maatregelen (tussen de middag warm eten, auto anders neerzetten en deze overdag meer dicht houden) bleef het aantal muggenlijken deze nacht beperkt tot zeven, een fractie van de nacht ervoor.

Hokitika Gorge
Plaatjes zoals van de Hokitika Gorge zijn illustratief voor waarom mensen naar Nieuw-Zeeland zouden willen. Het blauw van het water, de hangbruggen, de rotspartijen en het uitzicht op de bergen in de blauwe lucht, al dan niet met decoratieve wolken … De diepte en intensiteit van het blauw van het water sluit naadloos aan bij de diepte en intensiteit van de kleuren die je in de hier gevonden jade vindt.
Waarom het water hier in deze kloof zo blauw is? Dat wordt veroorzaakt door de breking van het zonlicht in het ijskoude, door gesmolten gletsjerijs gevoede water.

Aan het eind van m’n trip van deze dag kwam ik op een camping met op 50 meter afstand dit uitzicht. Wat wilde ik nog meer (behalve dat het sandfly-free zou zijn. πŸ˜‰ Dat ik het naar m’n zin had scheen duidelijk van m’n gezicht af te lezen te zijn. De camphost die ’s avonds langs kwam om de reserveringen en betalingen te controleren, had mij ’s middags al op het strand gezien. Zij vertelde mij dat ze toen dacht dat ‘die meneer er heel tevreden uitzag’.
’s Avonds voor het slapen en ’s morgens wakker worden met dit uitzicht, dan kan deze nieuwe dag toch al niet meer stuk? Onbewolkt uitzicht op Mount Tasman (’s ochtends in de schaduw) en rechts erachter Mount Cook. En dan moest de dag nog beginnen.

Franz Josef Gletsjer
Als ik tegen m’n oudste dochter ‘Franz Josef’ zeg dan dient zij mij gelijk van repliek met ‘Sissi!!!!!’. Het is echter niet de keizer van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, maar de gletsjer die hier vanuit de Nieuw-Zeelandse Alpen, in vroeger jaren, de zee ingleed.
De Franz Josef Gletsjer was het doel van die dag. Niet erop, dat red ik lopend niet (en per helikopter vond ik ook weer zo decadent πŸ˜‰). Maar een uitzicht op de zich schrikbarend hard terugtrekkende gletsjer wilde ik toch wel hebben. Anderhalve eeuw geleden liep hij nog tot in de zee, nu ligt de tong van de gletsjer 11 kilometer van de kust af. In de periode 2010-2013 is de terugtrekking afschuwelijk snel gegaan, als je foto’s van die twee jaren vergelijkt … in 2013 ligt hij nog verder terug dan destijds de verwachting voor 2100 was. 😩
De overnachting had ik geboekt in Gillespie Beach Camp, die camping stelde niet veel voor (voor tenten waren er leuke plekjes, auto’s stonden zij aan zij op een soort parkeerplaats). Maar ik had ervoor gekozen om de volgende ochtend vroeg bij het uitzichtpunt van Lake Matheson te kunnen zijn (de camping hier mist er niets aan als ik vroeg vertrek). Vanaf het eiland in het meer schijn je echt een fabuleus uitzicht op de bergen te hebben, in het vroege, zachte ochtendlicht. Op weg naar deze camping had ik de fotogenieke plekjes al even verkend. En vanaf even buiten de camping zijn er ook mooie plaatjes te schieten (bij avondlicht).

Ontbijt op Reflection Island
Zo’n foto zoals je vaak in reisgidsen ziet wilde ik zelf ook wel eens maken. Vanaf Reflection Island in Lake Matheson zou dat moeten kunnen, tenminste … als de weersomstandigheden perfect zijn en ik er op het juiste tijdstip ben. En dat is dus best wel vroeg. Om kwart voor zeven ging ik op weg vanaf m’n camping, een klein half uurtje rijden en vervolgens nog zeker een half uur lopen. En dan maar hopen op de juiste omstandigheden. Ik had een paar boterhammen meegenomen, die kon ik daar wel opeten.
En ja, de omstandigheden waren perfect … gedurende slechts 10 minuten. Ik schoot een heleboel foto’s. Na 10 minuten was het moment voorbij, de wind trok aan en de wolken daalden over de toppen van Mount Tasman en Mount Cook. Nog een half uurtje later was de wind weer (even) weg, maar hadden de bergtoppen zich toegedekt onder een dikke deken.

Fox Gletsjer –Β  en dan zonder haast op weg naar Haast
Deed ik de vorige dag ‘Franz Josef’, deze dag was de Fox Glacier aan de beurt. Had ik vorige avond vanaf de camping al een eerste blik kunnen werpen op de Fox Glacier, nu bekeek ik hem van dichterbij. Ik vond hem minder indrukwekkend dan de ‘Franz Josef’, minder zichtbaar ook. Vooral van veraf vond ik hem majestueus.

Had ik het toch bijna gemist, de We(s)tcoast Rain. Dat is niet zomaar een buitje, dat is hevige regen die met bakken uit de lucht valt. Zoals ze hier zeggen “Als het hier regent, ben je in de hel”. Maar gelukkig, na zeven dagen zonneschijn brak hier dan eindelijk de regen los en kon ik die ook meemaken. Ik was het al helemaal ontwend hoe dat was, regen. Maar daar kwam ik gauw weer achter. De camping die ik oorspronkelijk had uitgezocht sloeg ik toch maar over, heftige regen Γ©n duizenden zandvliegjes (bij droog weer zijn het er miljoenen) Γ©n geen douches (laat staan een warme) die ik ook al vier dagen ontbeerde, deden mij overwegen een stuk door te rijden naar iets dichter bevolkte gebieden en daar een camping (met douche) te zoeken. M’n besluit was helemaal genomen toen ik op de oorspronkelijke camping een bordje zag staan, zo’n 30 meter vanaf de ingang, dat bij heftige regenval het water van het meer tot daar kon stijgen. Dat vond ik geen leuke uitdaging, heb je een leuk plekje direct aan het meer met mooi uitzicht dan mag je bij regen ’s nachts verkassen. En als je het niet vrijwillig doet, dan dobber je gewoon weg. πŸ˜€ πŸ˜ƒ

Uiteindelijk kwam ik bij Haast terecht, een klein gehucht met één benzinestation (het enige in een omtrek van 200 kilometer) en één gelegenheid dat voor supermarkt moet doorgaan, beiden met schandalig hoge prijzen. Maar ja, 100 kilometer omrijden deed ik ook niet …
Het is voor één nacht en dan steek ik de Alpen naar het oosten over. Zo ongeveer bovenop die Alpen heb ik nog een lodge voor twee nachten (dus die boodschappen had ik wel echt nodig πŸ˜‰) en begin ik aan het laatste derde gedeelte van mijn roadtrip.

19. Blog Nieuw-Zeeland: Cape Foulwind – de ruige westkust ontdekken

19. Blog Nieuw-Zeeland: Cape Foulwind – de ruige westkust ontdekken

 

13/16-01-2023

Op weg naar Cape Foulwind (225 km verder) kwam ik geen koffietentje tegen op de juiste plek en het juiste tijdstip. Daarom heb ik aan de rand van Lake Rotoroa m’n eigen koffietentje maar opgezet. Een mooie plek voor een lekker bakkie. Dat vonden de talloze zandvliegjes ook, maar zij zagen mij meer als lunch πŸ˜‹πŸ˜‹πŸ˜†. Tja, ik had nog geen deet opgedaan vandaag, vandaar. Ik had m’n koffie daarom maar lopend en zo veel mogelijk in de wind opgedronken. Zandvliegjes houden namelijk niet van wind, regen, brandende zon en deet. Dat idee om hier een koffietentje te beginnen zet ik toch maar niet door πŸ˜‰.

Even eerder was ik het uitkijkpunt bij Hope Saddle gepasseerd. De vrolijke (niet dus 😒) namen van de bergen waarop ik uitkeek geven goed weer welke uitdagingen de mensen lange tijd geleden stonden te wachten bij het overstekenΒ  van deze bergketen: Mount Misery, Mount Hopeless. Echt opwekkend en motiverend om door te gaan πŸ˜€ πŸ˜ƒ.

Om een beeld te geven van de andere kant van Nieuw-Zeeland (dus niet het mooie en exotische) schoot ik ook een paar plaatjes van wat intensieve bosbouw met het land doet. Kaalgeslagen en eroderende bergwanden. Daarvan werd ik niet vrolijk. Deze plek was niet de enige die ik vandaag tegen kwam.

Maar desondanks reed ik ook weer langs een aantal schilderachtige plekjes, dat maakte m’n humeur gelijk weer goed, vooral met die vrolijke oranje bloemetjes πŸ˜‰.

Veel wegen, ook de State Highways, kruisen rivieren via zogenaamde One Lane Bridges. Je kunt er niet van twee kanten tegelijk overheen. Gelukkig is vaak wel aangegeven welke kant voorrang heeft, dat scheelt geruzie midden op de brug. Een fraai exemplaar kwam ik vandaag tegen.

Aangekomen in m’n cottage voor de komende drie nachten voelde ik mij al gelijk thuis, een schitterend en regenachtig (πŸ˜€) uitzicht vanaf m’n droge plekkie.

De reisorganisatie die mijn reis had geregeld,Β  boekte voor mijn eerste dag aan de westkust Johnny’s Journey in, een ‘guided tour’ langs de westkust en met kennismaking met de hier legendarische Johnny Currie, een inmiddels 82-jarige bushman in hart en nieren. Een man die (nog steeds) in z’n uppie in zijn eigen vallei midden in het regenwoud woont, aan het eind van de Mad Man’s Road.

Hier in de buurt zijn er langs de kust de zogenaamde ‘pancake rocks’, een bijzondere rotsformatie. Johnny heeft z’n eigen Pancake Rocks. Uiteraard wilde de gids mij ook met Johnny samen op de foto vereeuwigen. Dat onderging ik dan uiteindelijk maar gelaten. Naast Johnny zie ik er wel als jonkie uit … πŸ˜€ πŸ˜ƒ 😊

Cape Foulwind is het puntje van Nieuw-Zeeland dat het dichtst bij AustraliΓ« ligt. Nu is het nog wel zover weg dat je ‘de overkant’ niet kunt zien, maar het idee wil ook wat. De nog steeds werkende vuurtoren blijft voor schepen die uit het westen komen een teken dat Nieuw-Zeeland hier echt begint.Β Dat was voor mij reden temeer de omgeving van m’n cottage te verkennen. De vuurtoren op loopafstand, maar wat bevindt ‘over het randje’ van de tuin van m’n cottage daar in de diepte? De zee? Bij hoogwater. Strand? Bij laagwater. En verder? Het beste moment om dat uit te vinden was toen het laagwater was aan het eind van de ochtend.

Ik kwam merkwaardige, op een strakke, diagonaal lopende lijn liggende stenen tegen (zijn die zo neergelegd?), bijzondere inkervingen in de rotsen, een waterval (die het water dus direct op het strand liet vallen πŸ˜€) en ik zag in de verte de ingangen van een aantal grotten, althans zo leek het. Over het strand waren die gemakkelijk te bereiken, dus ging ik op onderzoek uit.Β Helaas, het hoogwater kwam toch zo snel opzetten dat ik voortijdig rechtsomkeert moest maken wilde ik niet worden ingesloten door de dan op de rotsen beukende golven. En ik was er bijna … Van die grotten ben ik jammer genoeg het fijne niet te weten gekomen πŸ˜“.

De zee

Onvermoeibaar is de zee

als zij stijgt of als zij daalt.

Zij werpt haar golven op de kust,

uur na uur en dag na dag.

Het maakt haar niet uit of jij rust,

haar verstoort of aandacht geeft.

Zij gaat met alle getijden mee.

’s Middags zou ik op weg gaan voor een bezoek aan de Pancake Rocks, merkwaardige, als een slordig opgestapelde stapel pannenkoeken gevormde rotsen. Die moest je juist bij hoog water gaan bekijken. Zo werd mijn programma van deze tweede dag hier op Cape Foulwind bepaald door de getijden van de zee. De weg naar de Pancake Rocks liep langs de kust en bood weer adembenemende uitzichten op een veelkleurige zee met sterk afsteken witte koppen op de golven.

Van de Pancake Rocks wordt gezegd dat je die moet bezoeken bij hoogwater. Bij laag water zijn het gewoon bijzonder gevormde rotsen, maar als het vloed is beuken de golven op de rotsen en de vele gaten die zij er inmiddels al in hebben geslagen. Dit veroorzaakt een diep grommend, bulderend geluid wat ik echt door m’n hele lijf voelde. Als het dan ook nog eens ruw en stormachtig weer is, dan vergroot dat het spektakel met onder hoge druk uit die gaten spuitende fonteinen. Op zo’n moment houd je het echt niet droog πŸ˜€.Β Maar vandaag was voor mij een mooie dag met een kalme zee. Geen spuitende fonteinen, maar hierdoor had ik wel de mogelijkheid om te genieten van de vele kleurschakeringen die de zee op deze dag liet zien.

Laten we het er maar op houden dat ik al genoeg storm en regen heb gezien πŸ˜‰. Niet alleen de Pancake Rocks waren een beleving, maar ook de reis heen en terug. En weer in m’n cottage kon ik nog heerlijk genieten van het avondzonnetje op het terras. Wat een verwennerij.

En tussen al mijn ontdekkingstochten hier op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland sprak ik nog de diverse mensen uit Nederland via een videocall. Alsof ze naast mij zaten, zo helder was de verbinding. Tja, ik had hier een goede internet- en wifi. Het is leuk om op deze manier contact en betrokkenheid bij ‘het thuisfront’ te houden en zo met elkaar te kunnen meeleven. Over vijf weken kan het weer live, ik ga de laatste vijf weken van m’n verblijf hier in.

18. Blog Nieuw-Zeeland: Abel Tasman National Park, Oostkust – Ik word hier wel een beetje appelig

18. Blog Nieuw-Zeeland: Abel Tasman National Park, Oostkust – Ik word hier wel een beetje appelig

 

11/12-01-2023

Aan de oostkust van het Abel Tasman Park heeft men niet zoveel fantasie, alles moet blijkbaar met appels te maken hebben. Ik heb dan ook de verschillende Apple-attracties bezocht.

Behalve binnenlanden en een noordkust (Golden Bay) heeft het Abel Tasman National Park ook een oostkust. Daar verbleef ik drie nachten op een camping. De eerste volle dag was regen voorspeld, de tweede een stralende dag. Wanneer ga ik dan wandelen? De tweede dag! Wanneer doe ik een aantal praktische dingen? De eerste dag.
Dus ging ik op weg naar de dichtstbijzijnde Vodafone-shop in Motueka voor een nieuw telefoonkaartje. Twee maanden verblijf in Nieuw-Zeeland zijn bijna voorbij, dus ook de geldigheid van m’n simkaart. Voor de overige maand had ik dus een nieuw kaartje – met een nieuw nummer, helaas – nodig. Actie gepland en geslaagd.

M’n bergschoenen
In de hoofdstraat van Motueka was ik al even langs een grote schoenenzaak gelopen met gewone schoenen, veiligheidsschoenen en ook stevige wandelschoenen. Daar liep ik maar eens binnen, kijken of ze wat hadden in mijn maat, wat lekker zat en niet tegen die achterlijke prijzen die ik eerder had gezien. Ik vertrouwde mijn oude wandelschoenen eigenlijk voor geen cent meer met alle reparaties die ik al had moeten uitvoeren. Inmiddels liep ik bijna met meer gewicht aan reparatie-en-bij-elkaar-houd-materiaal rond als ik ging wandelen dan aan andere dingen.

Tot mijn verrassing vond ik zelfs een lekker zittend paar schoenen, soepel en niet te laag, ruim op de goede plaatsen en goed aansluitend op andere goede plaatsen. Ik hakte de knoop dus door en schafte ze aan, dan kon ik de uitdagingen van het Zuidereiland die mij nog lagen te wachten met een gerust gemoed aangaan. Actie niet gepland, maar zeer geslaagd.

Wat is een mangel?
Vervolgens liet ik ook wat achter in Motueka en dat waren niet m’n oude wandelschoenen πŸ˜‰πŸ˜€ maar een verhaal. Bij bezoek van het plaatselijke museum in een oude school trof ik een mangel aan, een puntgaaf exemplaar. Gelijk doken beelden uit m’n kinderjaren op: onze bijdrage als kinderen aan het wasproces thuis was dat wij de schone was ‘mangelden’, handdoeken, lakens, ondergoed, tafelkleden, servetten etc. Kortom alles wat plat en eenvoudig van vorm was (het overgrote deel van de was dus). Dan kon dat weer netjes, kreukloos en plat de kast in. De beheersters van het museum wisten bij Joost niet wat het was, zij dachten dat het voor commerciΓ«le doeleinden werd gebruikt en niet als huishoudapparaat. Ik heb hen natuurlijk gelijk doel strekking en werking van het apparaat uit de doeken gedaan. Zo kon ik hier aan de Abel Tasmanbaai ook mijn sporen nalaten. Actie niet gepland, maar Wel heel leuk. πŸ˜€ πŸ˜ƒ

Moonraker Walk to Split Apple Rock
Die nieuwe schoenen wilde ik natuurlijk gelijk even uitproberen, een klein wandelingetje naar Split Apple Rock (je begrijpt wel waarom als je weet hoe die rots eruit ziet, alsof een Grote Kunstenaar zijn kunstwerk hier zomaar heeft achtergelaten). Maar van zo’n wandelingetje kreeg ik gelijk een idee in hoeverre ik die schoenen nog moest inlopen (ondanks de soepelheid wel een beetje, voorzichtig aan dus). En over water lopen met die nieuwe schoenen lukte helaas niet, da’s wel pech hebben. Ik heb die appel dus niet bereikt … πŸ˜‰.
Vanaf m’n plekje aan de waterkant (met direct uitzicht op die split apple) kon ik Mount Taranaki en in het Tongariro National Park Mount Ruapehu en Mount Ngauruhoe goed onderscheiden, allemaal op het Noordereiland en eerder door mij bezocht. Ik begin al wel gevoel voor richtingen en vormen van het landschap hier te krijgen. πŸ˜€

En dat gebeurde allemaal terwijl de mensen in Nederland lekker sliepen en de droom der onschuldigen droomden. Die dagen met onverwachte wendingen horen eigenlijk wel tot de leukste dagen hier.

Het weer op de volgende dag hield zich daadwerkelijk aan de voorspelling van twee dagen daarvoor, een stralend zonnetje in een strakblauwe lucht. Prima πŸ‘πŸ™.

Dus ging ik goedgemutst op pad voor een wandeling van een deel van de Abel Tasman Coast Track. Op m’n nieuwe schoenen, ik moest maar kijken hoever ik zou komen. Gelukkig kon ik elk moment rechtsomkeert maken als ik dacht dat het niet meer zou gaan en was de route redelijk vlak, dat was ook in mijn voordeel. πŸ˜€
En YES, ik heb de route tot het voorgenomen uiterste einddoel gelopen (Apple Tree Bay), m’n schoenen lopen lekker en zijn nu officieel goedgekeurd. Bijna 11 kilometer in totaal en pas de laatste 500 meter begon ik last te krijgen van een paar kleine blaren. Die waren veroorzaakt doordat ik de druk op de bult van de beet van een zandvlieg wilde ontlopen. Dat ontlopen was prima gelukt met, helaas, bijbehorend neveneffect. Maar goed, een blarenpleister erop (dan heb ik die tenminste ook niet voor niets meegenomen) en dan is het leed weer snel geleden.

Wel had ik op de terugweg nog iets bijzonders, blijkbaar had m’n rugzak verkeerd gelegen en was m’n waterzak daardoor gaan lekken. De achterkant van de rugzak was kletsnat, dat zorgde voor een watergekoelde rug voor mij. πŸ˜€ πŸ˜ƒ

En jullie zullen het ook al hebben geconstateerd, veel creativiteit heeft men hier niet bij het geven van namen. Alles schijnt met een appel te maken te moeten hebben. Een directe link naar een aanleiding daarvoor heb ik niet kunnen ontdekken.

17. Blog Nieuw-Zeeland:Β Abel Tasman National Park – De vakantielokatie voor veel Nieuw-Zeelanders

17. Blog Nieuw-Zeeland:Β Abel Tasman National Park – De vakantielokatie voor veel Nieuw-Zeelanders

 

08/10-01-2023

Ik heb hier in het Abel Tasman National Park nogal wat meegemaakt, vandaar dit keer een wat langere blog.

Het Nationale Park (het kleinste van alle Nationale Parken) waar ik deze dagen verbleef is genoemd naar de ontdekker van Nieuw-Zeeland, de Nederlander Abel Tasman. Hij was dan ook degene die het Nieuw-Zeeland noemde, naar de provincie Zeeland in Nederland. Dat er hier in Nieuw-Zeeland, net als in Zeeland, veel door land gescheiden water is (of andersom), had hij goed gezien.

Een mens maakt toch wat mee – Waar ik nu toch belandde …
Vol goede moed was ik ’s ochtends dus met droog weer uit de Marlborough Sounds vertrokken naar mijn volgende bestemming, het Abel Tasman National Park. De wegen waren goed, de uitzichten verrassend en ik had plezier in de dag. De zon brak zelfs nog even door. Zo ongeveer halverwege zou ik in Nelson aankomen, een best wel grote plaats waar ik benzine en wat levensmiddelen wilde inslaan, een paar laatste dingetjes waar in niet zonder wilde komen te zitten de volgende zes dagen. Ik wist alleen nog niet waar precies, dat moest ik nog uitvogelen.

De temperatuur was zo’n 23 graden in Nelson en in het gemoedelijke centrum vond ik een gezellig cafeetje voor koffie ‘met’ (ontbijten en lunchen kon er ook, maar die had ik maar overgeslagen). Met de uitstekende telefoon- en internetontvangst ter plekke zat ik heerlijk op het terras m’n laptop te synchroniseren met de verhalen op m’n mobiel en wat mailtjes te beantwoorden. Tot zover alles rozegeur en zonneschijn.

In het Abel Tasmanpark had ik drie dagen geboekt op een camping in het hartje van het park, te bereiken via een 11 km lange, smalle gravelweg. De weg was smal en werd smaller en de regen begon hier inmiddels ook weer te vallen, maar desondanks genoot ik van m’n rit. Weliswaar werd die weg geflankeerd door talloze borden dat het terrein aan weerszijden van de weg ‘Privat Property’ is en dat de passant dringend en duidelijk werd gemaand weg te bliiven, maar dat mocht mijn pret niet drukken. Echter, enkele kilometers voor het beoogde reisdoel stuitte ik op een wel erg grote (en diepe?) plas over meer dan de breedte van de weg. De grootte was te zien, de diepte niet – in de verste verten niet. Ik ben dus gekeerd (ja toch weer, en ja dat kan ik op een smalle weg πŸ˜‰) en teruggereden. Ik had het laatste stukje ook wel een paar borden gezien dat bezoekers welkom waren op het land en evenemententerrein ‘Canaan Downs’ (zo heette de camping ook) mits na afstemming met en toestemming van de boer. Dat klonk alvast wat toegankelijker maar ook verwarrend, maar wat lette mij zijn land op te rijden en hem gewoon te vragen of hij nu de camping had of dat dat toch anders zat. Ik trof hem, twee andere mannen en een vrouw aan rond een net aangemaakt houtvuur naast de schuur. Nee, voor de camping zou ik door moeten rijden tot het eind van de weg en toen ik meldde dat de weg was geblokkeerd en ik bovendien een naamgenoot van hem bleek te zijn, mocht ik ook wel op zijn evenemententerrein (!) overnachten, hij had ruimte genoeg en ook toiletten en stromend water (koud). Die camping was dus echt niet luxer πŸ˜€. Daar stond ik dan dus, naast een afdak waaronder een houtoven en een aantal tafels en had ik toch zomaar heel veel mogelijkheden om een eigen ambachtelijke pizza in elkaar te flansen. Wie krijgt nou zo’n kans tijdens z’n vakantie?

Intussen zag ik diverse auto’s ook richting de camping aan het einde van de weg rijden en even later onverrichter zake terugkeren. Maar geen van hen kwam op het idee om hier om onderdak of een overnachtingsplek te vragen. Ik had het hier best wel naar m’n zin πŸ˜€ πŸ˜ƒ 😊

Golden Bay – wat een armoe
Op weg naar de Wainui Falls reed ik een stukje langs de kustweg van de Golden Bay. Nu weet ik echt wel dat dit stukje van Nieuw-Zeeland dΓ© vakantiebestemming voor veel Nieuw-Zeelanders is, maar als je zo hutje-mutje boven op elkaar op de camping (weliswaar met of juist dankzij alle faciliteiten) langs de kust staat (en langs een best wel drukke doorgaande weg), dan vind ik dat eigenlijk niet meer dan pure armoede. Ongelofelijk dat mensen dat doen, daarin verschilt het niets van Zuid-Frankrijk in het hoogseizoen. Te erg voor een foto. Terwijl je even verderop dit onder handbereik hebt …

Wainui Falls, de toegangsweg daar naartoe was afgesloten, te gevaarlijk. Daar kon ik mij trouwens wel wat bij voorstellen met alle rommel (aarde en struiken) die over de weg waren gespoeld. Een land in beweging.

Als de Wainui Falls zich dan geen bezoek van mij mochten laten welgevallen, dan toch wel de Waikoropupu Springs, of kortweg de Pupu Springs. Kristalhelder water borrelt uit diverse bronnen op. Heilig, zoals zoveel wat uit de aarde opkomt of is in de Maori-cultuur. ‘If knowledge and love are lost, a community is lost forever.’

En dan was ik de tweede dag in Abel Tasman National Park toch terecht gekomen op de camping die ik uitgezocht en geboekt had, de Canaan Downs Campsite. Met een uitzicht dat ook niet verkeerd is. En met een aantal bij de camping horende ‘huisdieren’, de weka (vogel), die het eten van je bord steelt voordat je het erop heb gelegd, oppassen dus. En de bekende zandvliegjes, de Deet werd door mij maar even tevoorschijn gehaald. Verder was het hier de dag van aankomst, na even puzzelen met wind- en zonrichting, ook best wel goed uit te houden. Aangezien ik aan de achterkant van de auto kook, moet ik de wind natuurlijk van voren krijgen.
De temperatuur was fors lager dan eerder aan de kust, ik trok m’n lange broek maar weer aan (helpt ook tegen steken van zandvliegjes πŸ˜€).

De kraakheldere avond kondigde het al aan, het zou een koude nacht worden. Er is hier regelmatig midden in de zomer ook nachtvorst.

Zo koud werd het dan net niet, maar het was toch een frisse nacht als voorbode voor een warme, wolkeloze dag. Een dag waarop ik een tweetal wandelingen maakte, naar Harwoods Hole (een natuurlijke schacht van wel 176 meter diep, alleen te betreden door ervaren speleologen met bovendien de meest professionele uitrusting). Ik was gewaarschuwd dat ik mij aan m’n grenzen moest houden. En dat bleek terecht, bij het randje kwam ik niet πŸ˜‰. Vervolgens naar het Viewpoint, dat was dus een klim naar boven, ook over ongeplaveide wegen, klimmen en klauteren over rotsen. Ik kon merken dat ik niet meer die souplesse van 30 jaar geleden had toen ik soepeltjes van het ene naar het andere rotsblok sprong, het vergde nu meer balanceerkunst van mij. Ook goed om die grenzen te erkennen.
Onderweg in het bos liep ik nog langs het perfecte spiegelmeer, een wondertje.

Weka-succes? Bijna.
Ja hoor, in een onbewaakt ogenblik had een weka mijn broodzak met m’n laatste zes boterhammen uit de achterbak van de auto gesnaaid. Gelukkig had ik best wel stevig brood gekocht en waren de boterhammen dik gesneden, het was dus nogal een vrachtje dat die weka uit mijn grijpgrage vingers moest zien te houden. Het lukte hem dan ook niet z’n buit veilig te stellen, ik was sneller en kon het hem op z’n vlucht weer ontfutselen πŸ˜€ πŸ˜ƒ. Gelukkig hebben vogels hier in Nieuw-Zeeland de pest aan vliegen en lopen ze liever dan dat ze vliegen (zit in hun dna, van oudsher hebben ze geen natuurlijke vijanden op de grond en wel in de lucht). Vliegend had ik hem waarschijnlijk niet ingehaald.

Ik ben trouwens benieuwd hoe warm (of koud, ’t is maar hoe je het bekijkt) het de laatste nacht hier gaat worden, de wind was vandaag ijzig en de lucht strakblauw. Dat was overdag al best lastig, in de zon brandde ik weg en in de (half)schaduw was het berekoud.

M’n eigen zalm vangen?
Op weg van de ene (centraal/noordelijk) naar de andere camping (kust/oostelijk) in het Abel Tasmanpark reed ik via Anatoki Salmon Cafe vlak onder Takaka. Zou ik m’n eigen zalm gaan vangen en verorberen of zou ik het toch aan mij voorbij laten gaan? Zou ik als niet-visser ΓΌberhaupt wel een vis aan de haak slaan?
Na een koffie (om mij ‘moed’ in te drinken) en nadat ik een rondje rond de zalmvijver had gelopen, kwam ik tot de conclusie dat … Maar lees eerst m’n overwegingen maar. πŸ˜€

+ tijdens het rondje dat ik liep, zag ik vele zalmen opgehaald worden; dat stemde dus positief. Gelukkig, zelfs ik zou een zalm moeten kunnen vangen.
– Alles bij elkaar is het wel een gedoe hoor … :

  • de hengel uitwerpen zonder iemand te raken of dat het haakje in de takken van de struiken of bomen komt vast te zitten;
  • een zalm te vinden die zo dom is in mijn haakje te bijten en te laat zijn vergissing inziet;
  • die heftig tegenspartelende zalm dan ‘binnen te halen’;
  • mocht dat dan zijn gelukt, dan is de volgende uitdaging om hem uit het schepnet en in de ‘kist’ te krijgen en – het ergste – te ontdoen van z’n haakje;
  • beoordelen of de vangst voor mij in m’n uppie niet te groot is: jammer dan, wat je vangt moet je afrekenen (per kilo) en meenemen en mag je niet teruggooien. Dus bij een grote zalm heb ik doodleuk pech;
  • die kist dan naar het beginpunt terugsjouwen (plus hengel plus schepnet plus m’n eigen spullen, wat een gesjouw);
  • en dan de keuze van bereidingswijze van m’n vangst: grill, gerookt, sashimi etc. (maar dat leek mij nog het kleinste probleem πŸ˜‰);
  • de belemmering die mij echter over de streep trok was recht evenredig met de grootte van de zalm die ik zou (kunnen πŸ˜‰) vangen: hoe krijg ik in ’s hemelsnaam een zalm van 1,5 Γ  2 kilo binnen een redelijke periode op zonder een paar weken alleen maar zalm te eten en het daarna nooit van m’n leven meer te lusten?

Dus ja, ik liet het hengel-haakje-gedoe aan mij voorbijgaan. Maar hoe kon ik toch de ‘salmon-catch-experience’ ervaren? Een lunch van een rijkelijk met zalm gevulde pizza bracht de oplossing. Heerlijk genieten met een glaasje wijn erbij en verder mij aan de rand van het terras verwonderen en verbazen over de inspanningen die de ‘echte’ vissers zich getroosten. Een beetje surrogaat van mij, dat wel, maar dat liet ik langs mij afglijden. Ter compensatie nam ik nog wel een half pond gerookte zalm mee. Dat is te overzien en wat langer te bewaren (en heerlijk met bijvoorbeeld courgette).

Niet moe maar zeer voldaan zette ik koers naar de camping voor die avond … op weg naar de douche die ik al zes dagen ontbeerde. Die douche bleek nog warm te zijn ook. Het was een ‘echte’ camping, niet zo erg als de camping die ik eerder beschreef maar wel een met afgepaste plaatsen en behoorlijk druk. Ook stonden er veel tenten en die zijn toch een stuk gehoriger dan de busjes en campers waar trekkers mee overnachten.
Wat leuk was om te zien was wat Nieuw-Zeelanders meenemen naar de camping: de koelkast, keukenmachine, bbq (zo’n grote), koffie-apparaat etc etc. En natuurlijk de boot. Gelukkig was mijn plek best wel groot, er konden zeker drie maar wellicht ook wel vier van mijn auto’s staan. Ik was dus in de gelegenheid een stukje van mijn plek onder te verhuren aan anderen, zo kon ik de kosten voor deze camping voor mij wat drukken πŸ˜€ πŸ˜ƒ.

16. Blog Nieuw-Zeeland: Marlborough Sounds –Β  De weg was voor mij geplaveid

16. Blog Nieuw-Zeeland: Marlborough Sounds –Β  De weg was voor mij geplaveid

 

05/07-01-2023

Het was wel even vreemd dat ik, nadat ik een kleine twee weken in een gewoon bed had geslapen, nu weer in de auto sliep. Maar de harde matras en de zachtjes op het dak tikkende regen, jawel het regende weer, maakten het al snel weer vertrouwd. Ook maakte ik kennis met de eerste exemplaren van het diertje dat hier op het Zuidereiland in grote getalen voorkomt, het zandvliegje. Uiterst klein, uiterst irritant en prikt/bijt met uiterst venijnige, pijnlijke prikjes. Ik ben genadeloos voor ze (helaas, de boeddhist is nog niet ver genoeg in mij doorgedrongen 😞). Ik heb de Deet maar eens opgezocht. Wel houd ik m’n huid zoveel mogelijk bedekt, daardoor breng ik er niet onnodig veel om het leven en ben ik toch een beetje boeddhist πŸ˜…. Dat scheelt ook. En misschien moet ik wat wierook gaan branden, dan combineer ik het een met het ander.

 

In augustus en september was het in de Marlborough Sounds behoorlijk noodweer geweest. Dat had er toe geleid dat daar complete wegen waren afgesloten omdat ze waren weggespoeld of dat er halve (of hele) berghellingen op terecht waren gekomen. Het was tot half november nog maar de vraag of die wegen weer voldoende zouden zijn geopend tegen de tijd dat ik er wilde zijn, het zou erom gaan spannen. En zo niet, dan moest ik een Plan B verzinnen …

Het was in de Marlborough Sounds nog steeds goed te zien welke ravage het noodweer in augustus en september had aangericht. Bergwanden waren toen over de weg heen gespoeld, struiken en bomen kwamen naar beneden en op de diverse plaatsen was ook de weg voor een groot deel weggeslagen, nog steeds. Stoplichten regelden dan wie er over het overblijvende smalle stukje weg mocht rijden, langs de afgrond… En nog was het niet stabiel, hier en daar lagen ‘verse’ rotsblokken en struiken de doorgaande route opnieuw te versperren. Het maakte het wel een boeiende rit.

Gelukkig is het nooit van dat Plan B gekomen, met man en macht was aan de weg gewerkt om deze weer berijdbaar te krijgen (voor mij πŸ˜€ πŸ˜ƒ). Ik kon m’n oorspronkelijke plan uitvoeren. Dat betekende onder andere dat ik via de Queen Charlotte Drive het grillig gevormde (schier)eilandengebied van de Marlborough Sounds kon inrijden. Er zijn trouwens veel wandelaars die de route over de Queen Charlotte Drive lopen. Het is een weg met prachtige uitzichten en zij kunnen ook gemakkelijk stoppen als ze een mooi plekje zien. Maar ik zou het wel een uitdaging vinden dit te lopen, dat is wel erg sloooooww-travelling.

In Havelock, de eerste grote plaats na de Drive, nemen veel toeristen een coffee-break. Ik sloot mij vandaag eens bij hen aan, het was tenslotte 11 uur, koffietijd. In deze tijd van het jaar zijn veel Nieuw-Zeelanders toerist in eigen land. Ik was een met de Nieuw-Zeelanders πŸ˜€.

De eindbestemming van mijn eerste dag op het Zuidereiland was Elaine Bay, de camping. Behalve dat de weg daar naartoe schijnbaar een mooie route is, was het uitzicht vanaf mijn plekje op de camping ook weer bijzonder. Ja schijnbaar. Want was de lucht ’s morgens bij het opstaan nog redelijk getekend, hoe meer de dag vorderde, hoe meer die tekening verdween en werd vervangen door een egaal-grijze lucht waaruit de regen gestaag naar beneden druilde. Het landschap verschool zich daaronder en van dat landschap had ik op de verdere route dus weinig kunnen zien. Het voordeel is dan wel dat ik mijn fantasie de vrije loop kon laten. Ik was dus door een schitterend landschap gereden met wonderschone vergezichten en verrassende doorkijkjes. Helaas heb ik er geen foto’s van, maar die kwamen de volgende keer wel. πŸ˜€ πŸ˜ƒ

 

Het is goed dat ik niet doorgereden ben naar de camping in French Pass. Van een van de bewoners in Elaine Bay begreep ik dat het daar een beetje een trieste bedoening is. Door de overstromingen van augustus ziet het er niet echt florissant uit, prima om een dag die kant op te gaan en het een en ander te bekijken en te wandelen, maar niet om er twee nachten te kamperen. Maar ze hebben er wel douches … Hier in Elaine Bay moet je de baai als bad gebruiken πŸ˜‰. Diezelfde bewoner vertelde mij dat het uitzonderlijk is dat het hier in Elaine Bay zoals deze dag windstil was, de plek waar het altijd waait en waar de wind lijkt te zijn uitgevonden (volgens hem).
Als ik het over regen had in mijn periode dat ik op het Noordereiland was, dat was niets vergeleken bij wat hier in de Marlborough Sounds de eerste nacht en de daaropvolgende dag naar beneden kwam zetten. Met bakken tegelijk kwam het uit de lucht. Het was echt even wachten tot het wat minder hard regende om naar de wc te gaan, goed timen dus. Logisch trouwens dat ze op deze camping geen douches hebben, ga maar gewoon buiten staan πŸ˜€.
Om negen uur was er nog geen teken van leven bij de andere campinggasten te zien, iedereen bleef lekker binnen in z’n droge en warme bed. Gelukkig viel de regen recht naar beneden en kon ik droog onder de achterklep van de auto staan om m’n ontbijt te maken. Dat smaakte vandaag extra goed. Straks een kopje koffie zetten, het is hier zo afgelegen dat er geen koffietentje is waar ik dat anders even kan halen. Maar ik had ook koekjes voor bij de koffie. Ook is het zo afgelegen dat er geen internetbereik is. Dat zouden onderweg weer een heleboel piepjes worden als ik op een plek kwam waar wel even bereik was. Dus zat ik met een lekker kopje thee (en straks koffie) in m’n best wel warme en in ieder geval droge campercar een boekje te lezen, lekker knus. Blij met m’n e-reader.

Maar ik laat mij niet snel uit het veld slaan, ondanks de – inmiddels wel afnemende – regen ging ik toch op weg naar French Pass (wie in het verleden die locatie in handen had, had de toegangsroute naar Wellington over water in handen). Spectaculair, om te beginnen de weg zelf. Het was aangekondigd als gravelweg en ik had al best een aantal gravelwegen gereden, maar dit leek meer op een weg van rotsen. Het kon nog best met mijn auto, maar ik reed wel langzamer dan ik anders doe op gravelwegen.
Dan French Pass en de camping daar, dat ligt aan de voet van een berghelling direct aan de zee. De regen was inmiddels weer fors toegenomen en de waterstromen kwamen gestaag vanaf de helling naar beneden zetten. Ook vanaf de helling direct naast de camping. Die helling was grotendeels kaal door het noodweer in augustus, nu spoelde de regen de bruine aarde van de onbeschermde helling ongehinderd de zee in. Het lijkt mij niet fijn daar onderaan je plekje te hebben, die plekjes waren dan ook allemaal leeg, te gevaarlijk. Goed dus dat ik op de camping van Elaine Bay overnachtte.