Spelen met de maan en de sterren

Spelen met de maan en de sterren

Soms,
als ik in een melancholische bui ben,
en ik sta in de metro
op weg naar ik weet niet waar,
dan kijk ik tegen alle mensen op,
zie ik hun in zichzelf gekeerde gezichten,
beperkt mijn zicht zich tot hoe ver ik reiken kan.

Maar vaak,
als de wereld mij niet groot genoeg kan zijn,
ik ook op weg ben,
nu naar een bestemming die er niet toe doet,
en ik weet dat ik elke uitdaging het hoofd kan bieden,
dan kijk ik over iedereen heen tot in de verste verten,
spelen mijn handen met de maan en de sterren.

Gratie

Gratie

In deze periode dat een nieuwe regering wordt gevormd en dat dit in diverse kringen de gemoederen laat oplopen tot verhitte discussies, viel mij een markant woordgebruik van Geert Wilders op.

In de woorden van ‘zijn’ onderwerpen (migratie, integratie) gaat het altijd over GRATIE.

Zou hij daar wel eens over hebben nagedacht?

De stilte die je hoort

De stilte die je hoort

De stilte die je hoort als je
je vader een vraag stelt,
en hij antwoordt niet meer,
je moeder er het zwijgen toe doet,

je op jezelf wordt teruggeworpen
en op je vrienden, je geliefden.
Zij zijn er voor jou
zoals jij er eens was voor hen.

De stilte die je hoort …,
als je dan luistert naar je hart,
naar je ziel, als die spreekt
met anderen, met velen,
samen tallozen.

Overgave

Overgave

Als je bent uitgerekt,
je je laatste vezels voelt,
doorschijnend bent geworden,

Weet dan …
dat het licht van een ander
ongehinderd kan schijnen.

Als je niets, niets meer voelt,
het leven, mensen, je naaste
je hebben murw geslagen,

Weet dan …
dat een enkele kus jou
weer adem kan inblazen.

Als je het niet meer ziet,
er geen verleden, toekomst
meer voor je is weggelegd,

Weet dan …
dat altijd het netvlies van
elk ander jouw beeld omvat.

Als er niets, niets meer is,
helemaal niets meer,
rest de ander, alleen.

Rituelen

Rituelen

Dan, jaarlijks als de dagen lengen
als zon de aarde gaat verzengen
komt dat onweerstaanb’re verlangen:
onbegaanbare toppen lonken.

Uitzicht van ’t dak der aarde,
nooit was d’horizon zo weids
elke dag en elk jaar weer.

Hemel onder handbereik,
ziet daarop neer en waakt.

… en schepping

… en schepping

Na die dagen
dat de zon de aarde blakert,
mensen zij aan zij optrekken

In dagen die volgen …
regen de aarde kust,
akkers gaan bloeien

In dagen die nog komen …
wind de aarde geselt,
mensen elkaar vasthouden,
zich niet laten verstrooien.

In dagen dat dit geweld
doorbreekt het oppervlak
van jouw -mijn- wezen,
worden wij opnieuw geboren:

Schepping die zich openbaart.

Openbaring …

Openbaring …

In deze dagen
dat het zomer lijkt,
dat mensen de ogen opslaan naar elkaar
en zien dat zij niet alleen zijn.

In die dagen
dat de winter, die niet is geweest,
overgaat – zonder lente –
in een eeuwigdurende zomer.

In die dagen,
zal God zich openbaren.

Juist in de zomer die op de winter volgt,
juist in de blik van die ander,
juist in het besef dat wij niet alleen zijn,

Maar met elkaar gaan
en samen deze wereld maken.
In die dagen beleven wij een hemel op aarde.

Op de dag

Op de dag

Na een dag
dat de zon de aarde blakert,
speelt de wind met de laatste zoelte.

Na een dag
dat regens de aarde teisteren,
speelt de grond met het laatste stroompje.

Na een dag
dat orkanen de aarde geselen,
speelt een briesje met een verloren blad.

Op de dag
dat ik iets nieuws ga beginnen,
is het al begonnen, merk je het niet?

Jouw zintuigen

Jouw zintuigen

Twee vertrouwde ogen
kijken, zoeken
mij.

Twee gespitste oren
luisteren, horen
mij.

Twee zachte lippen
vormen zich
naar mij.

Twee zachte wangen
wachten op een kus
van mij.

Al jouw zintuigen
verlangen naar mij,
jouw geliefde.

Jij mens

Jij mens

Als ik jou zie, jij mens,
op de wereld gezet, ongevraagd,
zie ik een mens
kwetsbaar, breekbaar, vol verlangen,
angstig voor het kwaad dat jou kan overkomen,
zoekend naar dat wat goed is,
in eeuwige strijd met elkaar.

Als ik jou in de ogen zie, jij mens,
jij tot in mijn ziel kijkt,
onze harten samensmelten,
er een onzichtbare lijn is die onze zielen verbindt,
dan kom jij, ik tot bestemming.
Dan worden wij mens,
geschapen naar Gods droom.