In het oog van de orkaan

Momenten van stilte (1): In het oog van de orkaan

In het oog van de orkaan
is het stil, doodstil.
De wereld draait en giert
om haar stilte heen.

In de verzengende hitte
van de woestijn
is het stil, doodstil.
De aarde, samengebald
in elke zandkorrel.

In de stilte,
daar waar niets is,
daar is alles.
Daar is je hart
alleen met jou.

In de stilte, als je die hoort

Momenten van stilte (3): In de stilte, als je die hoort

In de stilte, als je die hoort,
hoor je, eindelijk,
je hart tot je spreken,
niet mis te verstaan.

Wil je je hart niet horen,
niet horen wat het jou, mens,
wil zeggen? Houd je je doof?
Overschreeuw je je eigen hart?

In de stilte,
daar waar niets is,
daar is alles.
Daar is je hart
alleen met jou.

Ik houd hem levend

Ik houd hem levend

Donk’re donderkoppen
dreigen aan d’einder.

Klanken van kerkklokken
mengen zich met kwakende kikkers.

De oneindigheid van vandaag
verbindt zich met het landschap
dat zich strekt tot in de verre verte.

Ruisende bladeren bieden beschutting
tegen het verdriet dat nu klinkt.

Niets meer

Niets meer
 
Als je bent uitgerekt,
je je laatste vezels voelt,
doorschijnend bent geworden,
 
Weet dan …
Dat het licht van een ander
ongehinderd kan schijnen.
 
Als je niets, niets meer voelt,
het leven, mensen, je naaste
je hebben murw geslagen,
 
Weet dan …
Dat een enkele kus jou
weer adem kan inblazen.
 
Als je het niet meer ziet,
er geen verleden, toekomst
meer voor je is weggelegd,
 
Weet dan …
Dat altijd het netvlies van
elk ander jouw beeld omvat.
 
 
Als er niets, niets meer is,
helemaal niets meer,
rest de ander, alleen.

Alleen samen

Alleen samen

Ooit kozen wij voor elkaar,
onze wegen waren één.

Onze harten, innig verbonden
op weg langs de tranen van de ziel,
zoektocht naar de glimlach van het leven.
Alleen met jou, m’n lief, m’n maatje.

Jij maakte mij heel, mij mens:
door jou vond ik het leven,
bij jou haar tranen, haar lach.
Met jou, m’n lief, m’n maatje.

Ik weet, ooit scheiden onze wegen,
gaan wij toch nog één keer met elkaar.
alleen de heenweg maar doen wij nog samen,
m’n lief, m’n maatje.

De wonden die het leven heeft geslagen
de littekens van ons leven
ze zijn niet meer.

Ik, zwijgend, jij verlaten,
draag jouw bloemen op mijn hart.
Met gedachten aan ons samen
aan wat was en niet meer zijn zal.

Met jou, m’n lief, m’n maatje …

Hooggespannen verwachting

Hooggespannen verwachting

Hooggespannen van verwachting
verbinden deze draden verleden en toekomst.

Onzichtbaar zijn kracht,
ontastbaar zijn vermogen.

Onderweg dodelijk,
aan het einde leven brengend.

Hooggespannen van verwachting
verbinden deze draden bron en bestemming.

Tussen hemel en aarde
leeft de dood.

Sterven is afscheid nemen

Sterven is afscheid nemen

Sterven is afscheid nemen,
leven geboren worden.
De dood draagt het leven.

Ik ben bezig dood te gaan.
En ik ben alleen, te jong
voor het einde van dit leven.

Ik ben bezig te leven.
Geliefden en kinderen
nog om mij heen, hoe lang nog?

Dood en leven, hand in hand,
samen op dezelfde weg
het pad dat ik niet wil gaan.

De stilte die je hoort

De stilte die je hoort

De stilte die je hoort als je
je vader een vraag stelt,
en hij antwoordt niet meer,
je moeder er het zwijgen toe doet,

je op jezelf wordt teruggeworpen
en op je vrienden, je geliefden.
Zij zijn er voor jou
zoals jij er eens was voor hen.

De stilte die je hoort
als je dan luistert naar je hart,
naar je ziel, als die spreekt
met anderen, met velen,
samen tallozen.

Voordat ik sterf

Voordat ik sterf

Ik weet dat ik, voordat ik sterf,
jou nog zal zien, jou zal spreken,
wij de ervaringen van een leven
dat wij niet samen hebben geleefd
zullen delen.

Ik zal niet sterven voordat ik weet
dat jij hebt gekregen het geluk
waarvoor jij was uitverkoren,
het hebt geleefd.

Ik weet dat ik niet zal sterven
voor ik jou zie, ik jou spreek.
Jouw geluk zich deelt met het mijne
onze levenslijnen zich toch nog
zullen mengen.

Dan, als ik sterf, weet ik dat alles
dat is geweest, heeft geleid
tot ons gedeelde leven.