In de stilte van de dood

Momenten van stilte (2): In de stilte van de dood

In de stilte van de dood
hoor ik doden spreken.
De dood weerhoudt hen nooit
hun boodschap uit te schreeuwen.

In het centrum van het leven
verscheurt de gierende kracht
van alles wat jou raakt
je in duizenden stukken.

In de stilte,
daar waar niets is,
Daar is alles.
Daar is je hart
alleen met jou.

Je kunt bergen verzetten

Je kunt bergen verzetten

Ga je ten onder,
valt alle grond weg
onder je voeten …

Ben je uitgeput,
geheel uitgeteld,
voel je je nietig …

Ga dan onder onder onder
daal af en reik naar
de kracht die ook bij
jou diep in je ligt.

Die kracht, niet alleen jouw kracht,
die blik, niet alleen jouw blik
in die diepte, niet alleen.

Je ontmoet de dageraad,
je ziet het leven weer in
de ogen van een ander.

Je kijkt weer tot achter de horizon
en ziet dat je bergen kunt verzetten.

De wind blaast nu in je rug,
de zon verwarmt je gezicht,
je kunt bergen verzetten.

Als je leeft in het verleden

Als je leeft in het verleden

Als je leeft in het verleden
en de blik alleen richt op de toekomst,

dan beperk je je leven, je zijn,
tot een enkel moment dat nooit is,
de grens tussen gisteren en morgen.

Als je echter leeft in het hier en nu
met je ervaringen uit je verleden
en je dromen van je toekomst,

maak je je leven tot een volheid
waarin een ander tot zijn recht komt,
jijzelf de levensadem proeft
de levensstroom die je voedt.

Muziek

Muziek

Ik droom weg op de muziek
die altijd maar door mijn hoofd speelt.

Muziek, aaneenrijging
van klanken, impulsen
vormend een harmonieus
geheel, of niet
een schreeuw om aandacht:
pijn, geluk, extase.

Wij delen, beleven wat ons roept
altijd die muziek in ons hoofd.

Geluid, kakofonie
van indrukken, toeval
treffers in een chaos
wereld uiteengereten
in haar angstschreeuw
nooit één, nooit heel.

Toch zweven wij die dans
waarvan de melodie
altijd in ons hoofd speelt.

Waar is mijn lief ?

Waar is mijn lief ?

Buiten schijnt de zon,
maar diep in mij
druilt de regen.

Een miezerige motregen
doorweekt mijn hart,
ontneemt mij het zicht

op jou

liefste die ik zoek.
Maar die ik niet vind,
steeds maar niet vind.

Waar ben je nu?
Waarom vind je mij
niet waar ik jou zoek?

Jij bent toch ook,
op zoek naar mij?
De zon schijnt toch

bij jou?

Mist

Mist

Doelloos dwaal ik
door mijn gedachten.
Flarden van herkenning, soms
een enkele blik,
doelgericht of dwalend,
net als ik.

Zicht op de wereld
is mij ontnomen.
Ik ben niet meer
dan een eenling
in een kleine en
oneindige wereld.

Op de vlucht

Op de vlucht

Op de vlucht ben ik
voor jou, je blikken, je vragen.

Op de vlucht ben ik
voor mijzelf, m’n gedachten, m’n dromen.

Op de vlucht, ik weet niet waarheen,
weg vooral, van alles.

Maar ik vergeet dat ik mijzelf meeneem,
ook de herinneringen aan jouw blik.

En ik vergeet dat ik jouw blik niet kan ontvluchten.
Ze zijn deel van mij, ze vormen mijn ik.

Vluchten betekent mijzelf ontkennen,
mijn wezen verwerpen, mijzelf doden …

Gebroken

Gebroken

In mij wellen op
alle tranen van de wereld,
als ik zie, hoor, voel
hoe mensen elkaar
ontkennen, laten lijden.

In mij breekt
een glimlach door
als ik zie, hoor, voel
hoe een mens er is
voor een ander.

Als jij zingt
jij jezelf zingt
midden in de mallemolen
van het leven, geen leven,
als ik dat zie, hoor, voel,
kan ik niet gebroken zijn.

De laatste zonnestralen

De laatste zonnestralen

Als de laatste zonnestralen
de aarde liefdevol toedekken,
de nacht het rumoer
van onze daden overmeestert,

leg ik mij neer bij jou
liefste onbekende.
Pas dan delen wij de nacht
onze diepste gedachten, elkaar.

Of niet …

En dromen wij onze eigen droom
alleen, verlaten, eenzaam en gewond.
Onze ziel verduisterd
en met een verstopt hart.

Een hart dat pas weer gaat kloppen,
zich kan openen op het ritme
van jouw levensstroom,
toegang geeft aan jou.

Als de eerste zonnestralen
de aarde tot leven wekken
en duistere dromen verdrijven,

keren wij ons om naar elkaar,
onze blik op de ander gericht,
ons hart vol van de ander.