Grensreiziger

Ik bewaak de grens van hier en nu.
Grens tussen het land ‘ergens en toen’
en het rijk van ‘nergens en straks’.

Als wachter ben ik niet in het ene land,
maar ook ben ik niet in het andere rijk.

Ik hoor verhalen van al die reizigers,
van wat is geweest. En de verwachting
van wat nog komen zal.

Passanten nemen mij mee op hun tocht,
Hun belevenissen, herinneringen.

Die reizigers zijn louter ergens, nergens.
Slechts een enkeling is, als ik, hier en nu.
Hij komt nooit nergens, is alleen hier en nu,
wordt grenswachter en mijn reisgenoot.